Proteasen: enzymen als oorzaak van het Prikkelbare Darm Syndroom

Geschreven door Jacqui Bolt

portret Jacqui Bolt
(Last Updated On: 01/12/2022)

Ongeveer een op de tien mensen heeft er last van: chronische buikpijn. Bij een aantal mensen kan dan de diagnose Prikkelbare Darm Syndroom gesteld worden. Volgens sommige artsen moeten ze er maar mee leren leven, omdat er geen remedie tegen is. Maar is dat wel zo? Een wetenschappelijk onderzoek uit de jaren ’70 van de 20ste eeuw liet namelijk al hoopgevende resultaten zien.

In dit artikel:

Wat is het Prikkelbare Darm Syndroom?

Bij het Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) ervaren mensen buikpijn en een verandering in stoelgang (diarree of obstipatie).1 2 PDS komt bij ongeveer 10% van de bevolking voor. En vrouwen zijn daar net iets vaker de dupe van dan mannen.3 Wel 55% van de mensen met PDS is namelijk vrouw en 45% man.4 De diagnose wordt gesteld als mensen de klachten meerdere maanden aanhouden en er geen andere oorzaken te vinden zijn.5 PDS wordt daarom ook wel gezien als een soort vergaarbak: wie veel last hebt van zijn darmen en artsen kunnen geen oorzaak vinden dan geven sommige artsen als snel de diagnose Prikkelbare Darm Syndroom.

Er zijn ook meerdere verklaringen voor het ontstaan van het Prikkelbare Darm Syndroom. Een veelgenoemde oorzaak is de psyche. Door vervelende ervaringen in de kindertijd kunnen darmen zich anders ontwikkelen en ook bij stressprikkels geeft het zenuwstelsel signalen door naar de darmen. Dit alles kan ervoor zorgen dat de samenstelling van de microben in de darmen (ook wel de darmflora genoemd) kunnen veranderen. Deze verandering is vaak negatief van aard: er verdwijnen dan gunstige bacteriën en schadelijke bacteriën kunnen dan gedijen. Hierover heb ik meer geschreven in dit, dit en dit artikel.

Daarnaast zijn er ook mensen die na een darminfectie klachten blijven houden en uiteindelijk de diagnose van het Prikkelbare Darm Syndroom krijgen.6 7 8 En misschien zullen er in de toekomst nog meer oorzaken aan het licht komen.

Toch hebben mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom wat overeenkomsten: er bevinden zich meer ontstekingsreacties en actieve immuuncellen in de darmen en de darmwand van mensen met PDS dan mensen zonder PDS.9 En het zijn juist deze immuuncellen die bij PDS voor een overgevoeligheid in de buik zorgen.10 11 12

Ook hebben mensen met PDS een andere darmflora dan mensen zonder PDS. De darmflora is het samenstel van bacteriën en gisten in de dikke darm. Uit onderzoeken blijkt dan ook dat mensen met PDS meer ziekmakende en minder gezonde bacteriën in hun darmen hebben dan mensen zonder PDS.13 14 15

Bovendien is de darmwand van mensen met PDS ook vaak niet meer intact. Dit is vooral terug te zien bij de diarree variant van de aandoening.16 17 En dan is het nog maar de vraag of een beschadigde darmwand de oorzaak of juist het gevolg is van het Prikkelbare Darm Syndroom.

Enzymen die schade aanrichten

Wat de darmen van mensen met PDS ook met elkaar in gemeen hebben, is een overvloed van een bepaald enzym: de protease. Proteasen zijn enzymen die eiwitten (proteïnen) in stukjes knippen zodat het lichaam deze kan verwerken. Maar in het geval van het Prikkelbare Darm Syndroom is deze overvloed afkomstig van darmbacteriën die zelf ook eiwitten ‘opeten’. Deze darmbacteriën scheiden proteasen af zodat zij eiwitten kunnen verwerken.18 En deze overvloed van proteasen zorgt ook voor het nodige ongemak. Het zijn namelijk deze enzymen die ervoor zorgen dat de darmwand beschadigd raakt. De darmwand bevat namelijk proteïnen en waardoor deze enzymen de darmwand aan kunnen tasten.19 20 En het gevolg van een intacte darmwand is dat de immuuncellen in de darmwand geactiveerd worden en voor ontstekingsreacties zorgen. En het zijn juist deze ontstekingsreacties die voor een overgevoeligheid en pijnprikkels in de darmen zorgen.21 Daarnaast blijkt uit een onderzoek dat wanneer proteasen toegevoegd worden aan darmwandcellen in een petrischaaltje, ook bepaalde zenuwcellen geactiveerd worden.22 Dit zijn zenuwcellen die zintuiglijke waarnemingen kunnen doen en ook pijn voelen. Deze zenuwcellen geven dus aan de hersenen door dat er iets niet pluis is als darmwandcellen in aanraking komen met proteasen. En het gevolg is dat mensen met PDS daadwerkelijk gevoelige darmen hebben en daarom ook buikpijn kunnen ervaren.23 Meerdere onderzoeken bevestigen dan ook dat deze proteasen overgevoeligheid en pijnprikkels in de darmen veroorzaken.24 25 26 En hoe meer proteasen er in de darmen te vinden zijn, hoe heftiger de klachten zijn.27

Poep-transplantaties

Wie last heeft van PDS wil dus minder bacteriën die proteïne ‘eten’ en protease afscheiden in de darmen. Maar is dat mogelijk? Voor het krijgen van een nieuwe gezonde darmflora wordt er nu veel onderzoek gedaan naar poeptransplantaties. De poeptransplantaties die onderzoekers in wetenschappelijke studies gebruiken, werken als volgt: proefpersonen krijgen dagelijks een capsule met daarin microben afkomstig uit de darmen van gezonde mensen. Soms krijgen proefpersonen voorafgaand aan het onderzoek ook een antibioticakuur om de darmen wat leger te maken. En natuurlijk zijn er ook onderzoeken gedaan naar het effect van poeptransplantaties op het Prikkelbare Darm Syndroom.28 Uit sommige onderzoeken blijkt dan ook dat mensen met PDS geholpen zijn met deze capsules.29 Maar er zijn ook studies waarbij de onderzoekers moeten concluderen dat deze poeptransplantaties niet heel effectief zijn.30 In een van de studies bleek het placebo zelfs effectiever dan de capsules met de darmflora van gezonde donoren.31

Pepermunt olie: een wondermiddel?

Gelukkig is er een stofje dat meer effect heeft op het Prikkelbare Darm Syndroom dan poeptransplantaties: dit is essentiële olie van de pepermuntplant. Als onderzoekers namelijk pepermunt olie toevoegen aan bepaalde bacteriën die protease produceren, worden deze bacteriën onschadelijk gemaakt.32 33 34 Ook op andere ziekmakende bacteriën heeft pepermunt olie een antibacteriële werking.35 36 37 Tevens blijkt uit een onderzoek dat pepermunt olie deze werking ook heeft op schadelijke bacteriën in de mond.38 Dit is misschien ook wel een van de redenen dat tandpasta en kauwgom vaak een muntsmaak hebben.

En dat niet alleen: pepermunt olie remt ook ontstekingen af.39 Daarnaast heeft pepermunt olie een ontspannende werking, waardoor het een spastische darm tot rust kan brengen.40 41 Een spastische darm is iets waar veel mensen met PDS last van hebben.42

Naar het effect van pepermunt olie op PDS  wordt ook al sinds de jaren ’70 van de 20ste eeuw onderzocht. In dit eerste onderzoek ontvingen 18 proefpersonen met PDS drie weken lang drie maal daags capsules met ofwel pepermunt olie ofwel een placebo. Het resultaat was dat de proefpersonen die de pepermunt olie slikten meer pijnvrije dagen hadden en dat klachten minder ernstig waren dan de proefpersonen die het placebo kregen. De resultaten waren alleen niet significant omdat de groep proefpersonen te klein was.43 Maar sindsdien zijn er meer onderzoeken gedaan naar het effect van pepermunt olie op het Prikkelbare Darm Syndroom. Hieronder een greep uit deze onderzoeken.

In een onderzoek uit 1997 kregen 101 proefpersonen een maand lang driemaal daags ofwel een placebo ofwel een pilletje met pepermunt olie. Van de mensen met PDS die dagelijks pepermunt olie namen, ervoer 79% een vermindering van de klachten. En wel 56% was na deze maand zelfs helemaal verlost van de pijnklachten!44

In 2001 is er een studie gepubliceerd waarbij 42 kinderen met PDS twee weken lang ofwel een placebo ofwel pillen met pepermunt olie kregen. Van de kinderen die pepermunt olie ontvingen, ervoer 75% een vermindering van de pijnklachten.45 Dit zelfde resultaat was terug te zien bij een onderzoek uit 2007, ditmaal met volwassen proefpersonen. Van de deelnemers met PDS die vier weken lang, tweemaal daags, pillen met pepermunt olie namen, merkte 75% een vermindering van de pijnklachten.46

En in 2010 is een onderzoek uitgevoerd, waarbij de proefpersonen wel acht weken lang drie keer per dag een pil met pepermunt olie namen. Ook bij deze studie is gebruikt gemaakt van placebo’s. Na deze 8 weken was wel 42% helemaal van de pijnklachten af. Bij de andere proefpersonen die pepermunt olie-capsules kregen, namen de pijnklachten af.47

Of thee van munt bladeren hetzelfde effect heeft, is nog maar nauwelijks onderzocht…

Pepermunt olie en brandend maagzuur

Er is een reden dat de proefpersonen de essentiële olie van pepermunt in een capsule stopten. Zoals hierboven beschreven heeft pepermunt olie een ontspannende werking op bepaalde spieren in ons maagdarmkanaal. En in het maagdarmkanaal bevinden zich meerdere sluitspieren die beter gesloten kunnen blijven. Zo is er een sluitspier tussen de slokdarm en de maag die ervoor zorgt dat er geen maagzuur omhoog komt. Maar wanneer deze sluitspier in aanraking komt pepermunt olie, ontspant het zich, waardoor er maagzuur in de slokdarm kan komen. Het gevolg is brandend maagzuur.48 Nu zijn er meerdere onderzoeken naar het effect van pepermunt olie op PDS waar ook uit blijkt dat een klein aantal mensen brandend maagzuur als bijwerking ervaren. In deze onderzoeken zijn pillen al in een mooie capsule gestopt waarbij de olie vertraagd wordt afgegeven. Maar blijkbaar is het niet mogelijk om brandend maagzuur helemaal te voorkomen, aangezien in veel onderzoeken ongeveer 10% van de proefpersonen aangaf hier toch last van te hebben.49 50 51

Capsules met pepermunt olie die de inhoud vertraagd afgeven zijn te vinden in drogisterijen en bestellen op internet.

Hypnotherapie

Toch kan pepermunt olie blijkbaar niet iedereen helpen met PDS. Een alternatief is hypnotherapie. Zoals hierboven beschreven hebt kunnen lezen, hebben stress en traumatische ervaringen bij veel mensen ook een effect op de werking van de darmen en op de samenstelling van de darmflora. Waarschijnlijk zorgt hypnotherapie voor minder stress. Een andere theorie is ‘dat mensen met behulp van hypnotherapie meer inzicht krijgt in hun eigen behoeften en mogelijkheden, waardoor genezing in gang kan worden gezet’. Deze theorie is afkomstig uit Wikipedia. In de praktijk blijkt hypnotherapie goed te werken bij een groot aantal mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom.52 Onderzoeken laten zien dat bij ongeveer 50% tot 75% van de proefpersonen met PDS na drie maanden hypnotherapie een vermindering van de klachten te zien is.53 54 55

Wil je mij bedanken voor al het werk dat ik heb geleverd voor het schrijven van dit artikel? Dit kan door te doneren. Doneren kan hier.

Samengevat

Mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom hebben meer eiwit-afbrekende enzymen in hun darmen: de zogenaamde proteasen. Deze overvloed aan proteasen is afkomstig van bacteriën die zelf ook eiwitten eten. Bij mensen die leiden aan het Prikkelbare Darm Syndroom is de kans ook groot dat zij meer van dit soort eiwit-etende bacteriën in hun darmen hebt dan mensen zonder darmklachten. Deze enzymen kunnen namelijk aardig wat schade aanrichten in de darmen door onderdelen van de darmwand door te knippen. Dit zorgt voor ontstekingen en pijnklachten. De hoeveelheid van deze protease-producerende bacteriën is te verminderen met pepermunt olie. Niet alleen is dit effect in een petrischaaltje te zien, maar als mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom een pil met essentiële pepermunt olie krijgen, is de kans groot dat hun klachten afnemen. De mensen bij wie capsules met pepermunt olie geen enkel effect hebben, kunnen altijd nog hypnotherapie proberen, aangezien dat ook effectief blijkt te zijn bij het merendeel van de mensen met het Prikkelbare Darm Syndroom.


Disclaimer: De auteur van darmrevolutie.nl, Jacqui Bolt, is geen praktiserend arts, maar beschrijft slechts de resultaten van wetenschappelijke onderzoeken. Als u lichamelijke of mentale problemen ervaart, wordt u geadviseerd om die te bespreken met uw behandelend arts.


Bronnen

  1. Longstreth, G.F., W.G. Thonpson, W.D. Chey, L.A. Houghton, F. Mearin & R.C. Spiller, 2006: Functional bowel disorders. Gastroenterology 139(5), p. 1480-1491. [PubMed] [Google Scholar]
  2. Lanng C., D. Mortensen, M. Friis, L. Walling, L. Kay, S. Boesby & T. Jørgensen, 2003: Gastrointestinal Dysfunction in a Community Sample of Subjects with Symptoms of Irritable Bowel Syndrome. Digestion 67, p. 14-19. [PubMed] [Google Scholar]
  3. Lovell, R.M. & A.C. Ford, 2012: Global prevalence of and risk factors for irritable bowel syndrome: a meta-analysis. Clinical Gastroenterology and Hepatology 10(7), p. 712-721.e4. [PubMed] [Google Scholar]
  4. Sperber, A.D. et al. 2017: The global prevalence of IBS in adults remains elusive due to the heterogeneity of studies: a Rome Foundation working team literature review. Gut 66(6), p. 1075-1082. [PubMed] [Google Scholar]
  5. Mearin, F., B.E. Lacy, L. Chang, W.D. Chey, A.J. Lembo, M. Simren & R. Spiller, 2016: Bowel Disorders. Gastroenterology S0016-5085(16)00222-5. [PubMed]
  6. Ghoshal, U.C., 2021: Postinfection Irritable Bowel Syndrome. Gut Liver. [PubMed] [Google Scholar]
  7. Adriani, A., D.G. Ribaldone, M. Astegiano, M. Durezzo, G.M. & R. Pellicano, 2018: Irritable bowel syndrome: the clinical approach. Panminerva Medica 60(4), p. 213-222. [PubMed] [Google Scholar]
  8. Spiller, R. & K. Garsed, 2009: Postinfectious irritable bowel syndrome. Gastroenterology 136(6), p. 1979-1988. [PubMed] [Google Scholar]
  9. Ng, Q.X., A.Y.S. Soh, W. Loke, D.Y. Lim & W.S. Yeo, 2018: The role of inflammation in irritable bowel syndrome (IBS). Journal of Inflammation Research 11, p. 345-349. [PubMed] [Google Scholar]
  10. Diest, S.A. van, O.I Stanisor, G.E. Boeckxstaens, W.J. de Jonge & R.M. van den Wijngaard, 2012: Relevance of mast cell–nerve interactions in intestinal nociception. Biochimica et Biophysica Acta 1822(1), p. 74-84. [PubMed] [Google Scholar]
  11. Zhou, Q.Q., Zhang, B., G.N. Verne, 2009: Intestinal membrane permeability and hypersensitivity in the irritable bowel syndrome. PAIN 146(1-2), p. 41-46. [PubMed] [Google Scholar]
  12. Kanazawa, M., M. Hongo & S. Fukudo, 2011: Visceral hypersensitivity in irritable bowel syndrome. Gastroenterology and Hepatology 26(s3), p. 119-121. [PubMed]
  13. Labus, J.S. et al. 2017: Differences in gut microbial composition correlate with regional brain volumes in irritable bowel syndrome. Microbiome 5: 49. [PubMed] [Google Scholar]
  14. Pittayanon, R. J.T. Lau, Y. Yuan, G.I. Leontiadis, F. Tse, M. Surette & P. Moayyedi, 2019: Gut Microbiota in Patients With Irritable Bowel Syndrome—A Systematic Review. Gastroenterology 157(1), p. 97-108. [PubMed] [Google Scholar]
  15. Kerckhoffs, A.P.M., M. Samsom, M.E. van der Rest, J. de Vogel, J. Knol, K. Ben-Amor & L.M.A. Akkermans, 2009: Lower Bifidobacteria counts in both duodenal mucosa-associated and fecal microbiota in irritable bowel syndrome patients. World Journal of Gastroenterology 15(23), p. 2887-2892. [PubMed] [Google Scholar]
  16. Caviglia, G.P. et al.2019: Physiopathology of intestinal barrier and the role of zonulin. Minerva Biotecnologica 31: 83-92. [Google Scholar]
  17. Hanning, N., A.L. Edwinson, H. Ceuleers, S.A. Peters, J.G. De Man, L.C. Hassett, B.Y. De Winter & M. Grover, 2021: Intestinal barrier dysfunction in irritable bowel syndrome: a systematic review. Therapeutic Advances in Gastroenterology 14. [PubMed] [Google Scholar]
  18. Steck, N., K. Mueller, M. Schemann & D. Haller, 2012: Bacterial proteases in IBD and IBS. Gut 61, p. 1610-1618. [PubMed] [Google Scholar]
  19. Annaházi, A. et al. 2013: Luminal Cysteine-Proteases Degrade Colonic Tight Junction Structure and Are Responsible for Abdominal Pain in Constipation-Predominant IBS. American Journal of Gastroenterology 108(8), p. 1322-1331. [PubMed] [Google Scholar]
  20. Gecse, K. et al. 2008: Increased faecal serine protease activity in diarrhoeic IBS patients: a colonic lumenal factor impairing colonic permeability and sensitivity. Gut 57(5), p. 591-599. [PubMed] [Google Scholar]
  21. Diest, S.A. van, O.I Stanisor, G.E. Boeckxstaens, W.J. de Jonge & R.M. van den Wijngaard, 2012: Relevance of mast cell–nerve interactions in intestinal nociception. Biochimica et Biophysica Acta 1822(1), p. 74-84. [PubMed] [Google Scholar]
  22. Rolland-Fourcade, C. et al. 2017: Epithelial expression and function of trypsin-3 in irritable bowel syndrome. Gut 66, p. 1767-1778. [PubMed] [Google Scholar]
  23. Keszthely, D., F.J. Troost, M. Simrén, S. Ludidi, J.W. Kruimel, J.M. Conchillo & A.A. Masclee, 2012: Revisiting concepts of visceral nociception in irritable bowel syndrome. European Journal of Pain 16(10), p. 1444-1454. [PubMed] [Google Scholar]
  24. Edogawa, S. et al. 2020: Serine proteases as luminal mediators of intestinal barrier dysfunction and symptom severity in IBS. Gut 69(1), p. 62-73. [PubMed] [Google Scholar]
  25. Annaházi, A. et al. 2013: Luminal Cysteine-Proteases Degrade Colonic Tight Junction Structure and Are Responsible for Abdominal Pain in Constipation-Predominant IBS. American Journal of Gastroenterology 108(8), p. 1322-1331. [PubMed] [Google Scholar]
  26. Gecse, K. et al. 2008: Increased faecal serine protease activity in diarrhoeic IBS patients: a colonic lumenal factor impairing colonic permeability and sensitivity. Gut 57(5), p. 591-599. [PubMed] [Google Scholar]
  27. Hou, J.J, X. Wang, Y. Li, S. Su, Y.M. Wang & B.M. Wang, 2021: The relationship between gut microbiota and proteolytic activity in irritable bowel syndrome. Microbial Pathogenesis 157: 104995. [PubMed] [Google Scholar]
  28. Bonetto, S., S. Fagoonee, E. Battaglia, M. Grassini, G.M. Saracco & R. Pellicano, 2021: Recent advances in the treatment of irritable bowel syndrome. Polish Archives of Internal Medicine 131(7-8). [PubMed] [Google Scholar]
  29. El-Salhy, M., J.G. Hatlebakk, O.H. Gilja, A.B. Kristofferson & T. Hausken, 2020: Efficacy of faecal microbiota transplantation for patients with irritable bowel syndrome in a randomised, double-blind, placebo-controlled study. Gut 69(5), p. 859-867. [PubMed] [Google Scholar]
  30. Myneedu, K., A. Deoker, M.J. Schmulson & M. Bashashati, 2019: Fecal microbiota transplantation in irritable bowel syndrome: A systematic review and meta-analysis. United European Gastroenterology Journal 7(8), p. 1033-1041. [PubMed] [Google Scholar]
  31. Halkjær, S.I., A.H. Christensen, B.Z.S. Lo, P.D. Browne, S. Günther, L.H. Hansen & A.M. Petersen, 2018: Faecal microbiota transplantation alters gut microbiota in patients with irritable bowel syndrome: results from a randomised, double-blind placebo-controlled study. Gut 67, p. 2107-2115. [PubMed] [Google Scholar]
  32. Kalińska, M. et al. 2012: Substrate specificity of Staphylococcus aureus cysteine proteases–Staphopains A, B and C. Biochimie 94(2), p. 318-327. [PubMed] [Google Scholar]
  33. Kang, J., W. Jin, J. Wang, Y. Sun, X. Wu & L. Liu, 2019: Antibacterial and anti-biofilm activities of peppermint essential oil against Staphylococcus aureus. LWT 101, p. 639-645. [Google Scholar]
  34. Li, J., J. Dong, J.Z. Qiu, J.F. Wang, M.J. Luo, H.E. Li, B.F. Leng, W.Z. Ren & X.M. Deng, 2011: Peppermint Oil Decreases the Production of Virulence-Associated Exoproteins by Staphylococcus aureus. Molecules 16(2), p. 1642-1654. [PubMed] [Google Scholar]
  35. Pattnaik, S., V.R. Subramanyam & C. Kole, 1996: Antibacterial and antifungal activity of ten essential oils in vitro. Microbios. 86(349), p. 237-246. [PubMed] [Google Scholar]
  36. Pattnaik, S., V.R. Subramanyam, M. Bapaij & C.R. Kole, 1997: Antibacterial and antifungal activity of aromatic constituents of essential oils. Microbios. 89(358), p. 39-46. [PubMed] [Google Scholar]
  37. Imai, H., K. Osawa, H. Yasuda, H. Hamashima, T. Arai & M. Sasatsu, 2001: Inhibition by the essential oils of peppermint and spearmint of the growth of pathogenic bacteria. Microbios. 106 (Suppl. 1), p. 31-39. [PubMed] [Google Scholar]
  38. Shapiro, S. A. Meier & B. Guggenheim, 1994: The antimicrobial activity of essential oils and essential oil components towards oral bacteria. Oral Microbiology and Immunology 9(4), p. 202-208. [PubMed] [Google Scholar]
  39. Juergens, U.R., M. Stöber & H. Vetter, 1998: The anti-inflammatory activity of L-menthol compared to mint oil in human monocytes in vitro: a novel perspective for its therapeutic use in inflammatory diseases. European Journal of Medical Research 3(12), p. 439-545. [PubMed] [Google Scholar]
  40. Hills, J.M., P.I. Aaronson, 1991: The mechanism of action of peppermint oil on gastrointestinal smooth muscle. An analysis using patch clamp electrophysiology and isolated tissue pharmacology in rabbit and guinea pig. Gastroenterology 101(1), p. 55-65. [PubMed] [Google Scholar]
  41. Micklefield, G.H., I. Greving & B. May, 2000: Effects of peppermint oil and caraway oil on gastroduodenal motility. Phytotherapy Research 14(1), p. 20-23. [PubMed] [Google Scholar]
  42. Lanng, C., D. Mortensen, M. Friis, L. Wallin, L. Kay, S. Boesby & T. Jørgensen, 2003: Gastrointestinal Dysfunction in a Community Sample of Subjects with Symptoms of Irritable Bowel Syndrome. Digestion 67(1-2), p. 14-19. [PubMed] [Google Scholar]
  43. Rees, W.D., B.K. Evans & J. Rhodes, 1979: Treating irritable bouwel syndrome with peppermint oil. British Medical Journal 6(2), p. 835-836. [PubMed] [Google Scholar]
  44. Liu, J.H., G.C. Chen, H.Z. Yeh, C.K. Huang & S.K. Poon, 1997: Enteric-coated peppermint-oil capsules in the treatment of irritable bowel syndrome: a prospective, randomized trial. Journal of Gastroenterology 32(6), p. 765-768. [PubMed] [Google Scholar]
  45. Kline, R.M., J.J. Kline, J. Di Palma, G.J. Barbero, 2001: Enteric-coated, pH-dependent peppermint oil capsules for the treatment of irritable bowel syndrome in children. The Journal of Pediatrics 138(1), p. 125-128. [PubMed] [Google Scholar]
  46. Capello, G., M. Spezzaferro, L. Grossi, L. Manzoli & L. Marzio, 2007: Peppermint oil (Mintoil) in the treatment of irritable bowel syndrome: a prospective double blind placebo-controlled randomized trial. Digestive and Liver Disease 39(6), p. 530-536. [PubMed] [Google Scholar]
  47. Merat, S., S. Khalili, P. Mostajabi, A. Ghorbani, R. Ansari & R. Malekzadeh, 2010: The Effect of Enteric-Coated, Delayed-Release Peppermint Oil on Irritable Bowel Syndrome. Digestive Diseases and Sciences 55, p. 1385-1390. [PubMed] [Google Scholar]
  48. Grigoleit, H.G. & P. Grogleit, 2005: Gastrointestinal clinical pharmacology of peppermint oil. Phytomedicine 12(8), p. 607-611. [PubMed] [Google Scholar]
  49. Khanna, R., J.K. MacDonald & B.G. Levesque, 2014: Peppermint Oil for the Treatment of Irritable Bowel Syndrome. A Systematic Review and Meta-analysis. Journal of Clinical Gastroenterology 48(6), p. 505-512. [PubMed] [Google Scholar]
  50. Pittler, M.H. & E. Ernst, 1998: Peppermint oil for irritable bowel syndrome: a critical review and metaanalysis. The American Journal of Gastroenterology 93(7), p. 1131-1135. [PubMed] [Google Scholar]
  51. Shams, R., E.C. Oldfield, J. Copare & D.A. Johnson, 2015: Peppermint Oil: Clinical Uses in the Treatment of Gastrointestinal Diseases. JSM Gastroenterology and Hepatology 3(1): 1035. [Google Scholar]
  52. Wilson, S., T. Maddison, L. Roberts, S. Greenfield & S. Singh, 2006: Systematic review: the effectiveness of hypnotherapy in the management of irritable bowel syndrome. Alimentary Pharmacology and Therapeutics 24(5), p. 769-780. [PubMed] [Google Scholar]
  53. Whorwell, P.J., A. Prior & S.M. Colgan, 1987: Hypnotherapy in severe irritable bowel syndrome: further experience. Gut 28(4), p. 423-425. [PubMed] [Google Scholar]
  54. Flik, C.E. et al. 2019: Efficacy of individual and group hypnotherapy in irritable bowel syndrome (IMAGINE): a multicentre randomised controlled trial. The Lancet Gastroenterology & Hepatology 4(1), p. 20-31. [PubMed] [Google Scholar]
  55. Miller, V., H.R. Carruthers, J. Morris, S.S. Hasan, S. Archbold & P.J. Whorwell, 2015: Hypnotherapy for irritable bowel syndrome: an audit of one thousand adult patients. Alimentary Pharmacology and Therapeutics 41(9), p. 844-855. [PubMed] [Google Scholar]

Het is niet toegestaan om tekst te kopiëren van darmrevolutie.nl. Dank u wel. *Jacqui