Wat veroorzaakt een lekkende darm?

(Laatste update: 24 augustus 2021)

Een verstoorde darmwand heeft veel impact op de rest van je gezondheid. Wanneer de darmwand niet meer intact is, noem je dit ook wel een doorlaatbare darm of een lekkende darm. Er lekken dan bacteriën, gisten, virussen, toxische stoffen en voedingsmiddelen uit je darmen in je bloedbaan die elders in je lichaam voor ontstekingen of infecties kunnen zorgen. Zo zijn er verschillende aandoeningen waarvan bekend is dat mensen die aan deze aandoeningen of ziekten lijden, veelal ook last hebben van een doorlaatbare darm. Voorbeelden hiervan zijn de ziekte van Crohn, het Prikkelbare Darm Syndroom, astma, artrose, diabetes type 1, alvleesklierontsteking, MS, eczeem, autisme, endometriose en Parkinson.1 2 Daarnaast draagt een doorlaatbare darm mogelijk ook bij aan de vorming van puistjes.3 Ook draagt een lekkende darm bij aan het ontstaan van Alzheimer. In dit artikel kun je lezen hoe een doorlaatbare darm ontstaat, hoe je het kunt voorkomen en wat je zelf kunt doen om hiervan te herstellen.

In dit artikel:

  • de gevolgen van een lekkende darm
  • het belang van een gezonde slijmlaag in de darmen
  • schade en herstel van darmwandcellen
  • schade en herstel van tight junctions
  • samenvatting

Gevolgen lekkende darm

De verbinding tussen de mond en de anus is als een tweede huid: net als de huid aan de buitenzijde, moet deze tweede ‘huid’ binnen in ons lichaam ons beschermen tegen beschadiging, schadelijke stoffen en ziekteverwekkers. De wand van onze darmen is zo gebouwd dat het voedingsstoffen en vocht doorlaat, maar toxische stoffen en grotere deeltjes zoals micro-organismen en voedingsmiddelen tegenhoudt. In de darmen (vooral in de dikke darm) bevindt zich een microbioom, de darmflora, dat bestaat uit bacteriën, virussen en gisten. Het is van belang dat deze niet in onze bloedbaan terechtkomen. Om deze reden wordt je immuunsysteem geactiveerd als je darmwand beschadigd raakt: om verdere beschadiging te voorkomen.4 Het gevolg hiervan is dat er ontstekingsreacties in je darmen ontstaan. Een gezonde darmwand is daarom dubbel zo belangrijk. Er zijn meerdere manieren om te testen op een lekkende darm. Op het internet zijn verschillende aanbieders van ontlastingsonderzoeken te vinden, die ook kunnen testen op een lekkende darm. 

Stroomschema gevolgen doorlaatbare darm
Dit zijn de directe gevolgen van een lekkende darm. Wanneer een lekkende darm niet herstelt, kunnen chronische ontstekingen uiteindelijk leiden tot chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, artrose en MS.

De gezondheid van je darmwand hangt onder andere af van de volgende drie factoren:

  • Een gezonde slijmlaag
  • Gezonde darmwandcellen
  • En een goede verbinding tussen de darmwandcellen (tight junctions).

Gezonde slijmlaag

Aan de binnenzijde van de darmwand zit een slijmlaag, die de darmwand beschermt tegen beschadiging van grote rondzwervende deeltjes, toxische stoffen en enzymen. Deze slijmlaag houdt de micro-organismen en toxische stoffen op veilige afstand van de darmwand. Maar tegelijkertijd laat deze slijmlaag wel vocht, immuuncellen en andere gunstige moleculen door. De slijmlaag is dus een belangrijk onderdeel in de gezondheid van de darmwand. Met de juiste voeding kun je deze slijmlaag gezond houden, terwijl een ongezond dieet schade aanricht. Zo is de slijmlaag bij mensen die veel bewerkte voeding en nauwelijks vezels eten sterk aangetast. De slijmlaag zelf bestaat namelijk uit aminozuren en suikers en zijn een prettige maaltijd voor je darmbacteriën als zij verder geen ander voedsel hebben.5 6 Dit wil niet zeggen dat het hebben van darmbacteriën slecht is. Al sinds het ontstaan van de mens leven we samen met de bacteriën in en op ons lijf. Als we goed voor deze bacteriën zorgen, bieden zij ons stofjes die gunstig zijn voor ons lijf. Maar als we niet goed voor onze darmflora zorgen, loopt deze samenwerking mis en kan dit ons lichaam aantasten. Je maakt deze darmbacteriën echt blij door maaltijden te eten waar veel voedingsvezels in zitten. Een voedingsvezel is iets dat het menselijk lichaam niet kan verteren. Vezels gaan intact door je dunne darm heen en komen zo dus intact in je dikke darm terecht.

darmwand epitheel slijmlaag mucus darmflora tight junctions microbioom dikke darm lekkende doorlaatbare darm
Een gezonde slijmlaag beschermt de darmwand tegen beschadiging van grote rondzwervende deeltjes en toxische stoffen.

Voedingsvezels zijn te vinden in alle onbewerkte plantaardige producten, denk aan groenten, fruit, granen, peulvruchten, knolgewassen. Er zijn twee verschillende soorten vezels. Als eerste heb je de vezels die je darmbacteriën niet kunnen verwerken, die poep je gewoon weer uit. Denk aan de schil van een tarwe- of rijstkorrel, de zemel. Toch zorgen deze vezels indirect voor meer voedingsmiddelen voor je darmbacteriën. Dit komt waarschijnlijk omdat de voedingsmiddelen die je samen met vezels consumeert, op de een of andere manier minder goed in de dunne darm worden opgenomen. De vezels zitten mogelijk in de weg: hierdoor komen sommige voedingsstoffen niet met de darmwand in aanraking, waardoor ze niet opgenomen worden in de bloedbaan. Het gunstige effect hiervan is dat er meer voedingsmiddelen in je dikke darm terecht komen, waar de bacteriën in je dikke darm zich tegoed aan kunnen doen.7

Als tweede heb je vezels die je darmbacteriën wel kunnen verwerken, maar het menselijk lichaam niet. Dit zijn bepaalde typen koolhydraten en deze noem je ook wel prebiotica. Prebiotica zijn iets anders dan probiotica. Probiotica zijn levende bacteriën, maar prebiotica zijn de gezonde voedingsvezels die vaak in de celwanden van plantaardig voedsel zitten en als voeding dienen voor je gezonde darmbacteriën. Deze prebiotica zijn vooral te vinden in peulvruchten, ui, knoflook, prei, bosui, aardperen, cichorei koffie, wortels, sinaasappels, groene bananen, afgekoelde rijst en afgekoelde aardappels. Op de verpakking van producten staat vaak aangegeven hoeveel vezels erin zitten. Er wordt dan niet aangegeven om welke soort vezels het gaat. Het soort vezels die je darmbacteriën wel kunnen verwerken (de prebiotica) hebben een sterker effect, maar uiteindelijk hebben beide soorten vezels een gunstige uitwerking op de gezondheid van je darmen. Meer informatie over voedingsvezels en prebiotica en welke positieve effecten ze nog meer op onze gezondheid hebben kun je hier lezen.

Daarnaast is er een bepaalde darmbacterie die een positief effect heeft op de slijmlaag. Dit is de bacterie genaamd Akkermansia muciniphila. Het woord muciniphila zegt het al, deze bacterie houdt van mucins. Mucins zijn de eiwitten die de slijmlaag (mucus in het Engels) vormen. De Akkermansia leeft in de slijmlaag. Hij eet niet alleen de slijmcellen (de mucins) op, maar op een of andere manier neemt het aantal mucins ook toe als de Akkermansia in aantal toeneemt.8 9 Naast het gunstige effect op de slijmlaag, lijkt de aanwezigheid van de Akkermansia lijkt ook de darmwand zelf te versterken.10 11 De Akkermansia is dus een gunstige bacterie om te hebben. Zo hebben mensen met diabetes type 2 en obesitas minder Akkermansia in hun darmen dan gezonde personen en zij ervaren ook een gunstig effect als de hoeveelheid Akkermansia toeneemt in hun darmen.12 Ook is er een onderzoek dat uitwijst dat kinderen met autisme minder Akkermansia in hun darmen hebben dan gezonde kinderen.13 Het is echter nog niet bekend of de toename van deze bacterie ook de symptomen van autisme doet afnemen.

Wat kun je doen om meer Akkermansia in je darmen te krijgen? De Akkermansia neemt af bij mensen die weinig koolhydraten en weinig voedingsvezels eten. En deze bacterie neemt juist in aantal toe bij de consumptie van voedingsvezels, resveratrol (een stofje in de schil van blauwe en rode druiven) en bij periodiek vasten (intermittent fasting: het principe waarbij je een groot deel van de dag niet eet, denk aan een vastenperiode van 17.00 ’s middags tot 9.00 ’s ochtends de dag erna).14 15 Resveratrol is geen vezel, maar een stofje dat ervoor zorgt dat de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de afbraak koolhydraten in ons dunne darm, worden afgeremd. Het gevolg hiervan is dat er ook door resveratrol meer koolhydraten in de dikke darm terecht komen, waardoor gezonde darmbacteriën meer te eten hebben.16

Gezonde darmwandcellen

Onder de slijmlaag zit een laag van aaneengeschakelde darmwandcellen. De gezondheid van deze darmwandcellen hangt af van de aanwezigheid van onder andere de volgende twee stofjes: lectines en butyraat (ook wel bekend als boterzuur). Lectines kunnen schadelijk zijn voor de darmwand omdat zij geneigd zijn om zich aan darmwandcellen te hechten. En wanneer darmwandcellen om de een of andere reden beschadigd zijn, zorgt de aanhechting van deze lectines ervoor dat de cel zichzelf niet meer kan repareren. De darmwandcel sterft dan af.17

Aan de rechterzijde van deze illustratie is een gezonde darmwand te zien met gezonde darmwandcellen (enterocytes), slijmbekercellen (goblet cells), tight junctions en een dikke slijmlaag (mucus). Aan de linkerzijde is een opengebroken darmwand te zien, waarbij elementen van het immuunsysteem (neutrophils, T-cells, en macrophages) actief worden en voor ontstekingsreacties zorgen.

Lectines zijn bestanddelen die zich in veel planten bevinden, maar ze komen het meest voor in rauwe bonen en ongekookte aardappels. Vooral in rauwe kidneybonen zit een grote hoeveelheid lectines. Dit neemt af als je de bonen kookt, maar helemaal verdwijnen doen ze niet. Er zijn meerdere gevallen bekend van mensen die last hadden van een ‘kidneyboon-vergiftiging’ met misselijkheid, braken en diarree tot gevolg. Maar in deze gevallen waren de bonen rauw of niet voldoende gekookt bij consumptie.18 Maar over het algemeen hoeven kleine hoeveelheden lectines niet schadelijk te zijn als je een gezonde slijmlaag in je darmen hebt. De slijmlaag houden deze lectines dan op een veilige afstand van de darmwand.19

Het stofje dat juist een ontzettend gunstig effect heeft op de darmwandcellen is butyraat. Butyraat is een korte-keten vetzuur dat wordt geproduceerd door gezonde bacteriën en is een belangrijk voedingsstof voor je darmwandcellen. Met butyraat blijven de darmwandcellen gezond, kunnen ze zichzelf herstellen en vermenigvuldigen.20 Naast de normale darmwandcellen bevinden zich ook zogenaamde slijmbekercellen in de darmwand. Deze cellen produceren het slijm dat nodig is om de darmwand te beschermen. En ook deze slijmbekercellen voeden zich met butyraat om daarmee de gewenste mucins (slijmeiwitten) aan te kunnen maken. 21

Om butyuraat te kunnen produceren hebben je gezonde darmbacteriën koolhydraten nodig. Deze butyraat-productie vindt vooral in de dikke darm plaats, waar de meeste bacteriën leven. Je wil er dus voor zorgen dat er veel koolhydraten in je dikke darm terecht komen, door A) koolhydraten te eten en B) er voor te zorgen dat er minder koolhydraten in je dunne darm door enzymen worden afgebroken en in je bloedbaan worden opgenomen. Dit laatst doe je door veel vezels te eten. Hoe de consumptie van vezels precies voor meer koolhydraten in je dikke darm zorgen, kun je in dit artikel lezen.

Als mensen minder van dit soort gezonde bacteriën in hun darmen hebben, maakt hun darmflora ook minder butyraat aan. Hier zijn meerdere oorzaken voor aan te wijzen. Zo kunnen antibiotica kuren ook gezonde bacteriën uitroeien. En mensen die nooit borstvoeding hebben gehad, hebben een achterstand opgelopen, omdat de gezonde bacteriën zich samen met een bepaald soort voedingsvezel ook in moedermelk bevinden.22 23 Ook helpt een koolhydraatarm of een dieet met alleen maar bewerkte voeding (en dus weinig vezels) niet mee. Maar door voedingsvezels te eten, voed je je gezonde darmbacteriën waardoor zij in aantallen toe kunnen nemen en dus uiteindelijk ook meer butyraat kunnen produceren.

Voor mensen die door een tekort aan gezonde darmbacteriën nog te weinig butyraat aanmaken is er gelukkig een alternatief. Er zijn namelijk ook lichaamseigen stofjes die net als butyraat de darmwandcellen en slijmbekercellen voeden: dit zijn ketolichamen.24 Ketolichamen zijn stofjes die je lichaam aanmaakt als er een tekort is aan glucose. Dit gebeurt als je sport, het ketogeen dieet volgt of als je aan het vasten bent. Hoe dat precies zit, kun je hier lezen. Dit kan dan ook verklaren waarom periodiek vasten voor meer Akkermansia zorgt. Als periodiek vasten namelijk voor meer ketolichamen zorgt, dan hebben de slijmbekercellen meer voeding om slijm te kunnen produceren en hebben de Akkermansia muciniphila vervolgens ook meer te eten. Voor mensen die te weinig butyraat-producerende bacteriën in hun darmen hebben, kan periodiek vasten dus een oplossing zijn om toch voor een stevigere darmwand te zorgen. Hoeveel butyraat-producerende bacteriën en Bifidobacteriën er zich in je darm bevinden, kun je onderzoeken door je darmflora te laten analyseren.

stroomschema gezonde darmwand
Dit stroomschema laat zien hoe voedingsvezels en periodiek vasten voor een gezondere slijmlaag in de darmen kunnen zorgen. Tegelijkertijd beschermt een dikke slijmlaag de darmwand tegen beschadiging en nadelige confrontaties met toxische stofjes, zoals lectines.

Tenslotte kan het immuunsysteem zelf ook schade berokkenen aan de darmwand. Zo zorgen bepaalde ontstekingsreacties bij colitis (een ontstekingsziekte van de dikke darm) ervoor dat darmwandcellen afsterven.25 Er zijn tal van processen die kunnen bijdragen aan het ontstaan van ontstekingen in de dikke darm. Eén oorzaak is de consumptie van bepaalde voedingsmiddelen die zorgen voor een dysbiose in je darmen. Van vet, vlees, alcohol, suiker en zoetstoffen is in ieder geval bekend dat deze ontstekingsreacties aanwakkeren in de darmen. Je leest hier meer over in dit artikel.

Het belang van gezonde tight junctions

Een tight junction (of de zonula occludens) is een verbinding tussen twee darmwandcellen en bestaat uit een constructie van verschillende eiwitten. Tight junctions zorgen ervoor dat vocht en gunstige, kleine moleculen tussen de darmwandcellen door kunnen en zijn daarom een belangrijk connectie tussen de bloedbaan en de darmholte. Tegelijkertijd houden de tight junctions schadelijke bacteriën, andere micro-organismen, etensresten en voedingsstoffen tegen. Het is daarom van belang dat deze tight junctions in goede staat zijn en hun werk goed kunnen doen. Ook bij de tight junctions zijn er verschillende factoren die bijdragen aan hun gezondheid. Dit zijn onder andere:

  • de dikte van de slijmlaag
  • de aanwezigheid van schadelijke bacteriën en virussen in de darmen
  • de hoeveelheid vet in je dieet
  • stress
  • lectines uit voeding
  • vitamine D
  • de hoeveelheid butyraat in de darmen
Een tight junction verbindt de darmwandcellen met elkaar en bestaat uit een constructie van meerdere eitwitten (de protein complex op de afbeelding, met de eiwitten genaamd occludin, claudin 1, etc.). Op de bovenste illustratie zie je vier darmwandcellen die met elkaar verbonden zijn met tight junctions. Boven deze laag darmwandcellen bevindt zich de slijmlaag (mucus) in de darmholte (lumen).

Wanneer tight junctions in aanraking komen met bepaalde schadelijke bacteriën, gisten of virussen, kunnen deze openbreken, waardoor deze kwaadaardige micro-organismen in de bloedbaan terecht kunnen komen. Maar een dikke slijmlaag beschermt de tight junctions van dit soort nadelige confrontaties. Dit is dus weer een extra reden om voor een gezonde slijmlaag te zorgen. Voorbeelden van deze kwaadaardige micro-organismen zijn de bacteriën Helicobacter pylori, Escherichia coli (ook wel bekend als E.coli), Salmonella, de gist Candida albicans en het hepatitis C virus.26 27 Ook om deze reden is het verstandig om een darmflora test te doen, zodat je weet wat voor ziekteverwekkende micro-organismen zich mogelijk in je darmen bevinden als je last hebt van een lekkende darm. In dit artikel kun je lezen hoe je zelf de Helicobacter pylori en de Candida albicans aan kan pakken.

Daarnaast is het immuunsysteem zelf in staat om tight junctions open te breken, wanneer het signalen ontvangt dat er iets mis is in de darmholte. Dit gebeurt als er teveel schadelijke bacteriën door de darmholte heen zwermen. Bijvoorbeeld bacteriën die het toxische stofje lipopolysaccharide (LPS) in hun celwand dragen. Wanneer zich grote hoeveelheden bacteriën met LPS in hun celwand in de darmholte bevinden, is dit voor het immuunsysteem reden om alarm te slaan en door de tight junctions heen te breken.28 Een voorbeeld van een bacterie met de schadelijke LPS in de darmwand is de welbekende E. coli. Bovendien kan een grote hoeveelheid LPS de belangrijke slijmlaag aantasten.29

LPS aan de buitenzijde van bepaalde bacteriën
Links is de dwarsdoorsnede van de celwand van een zogenaamde gram negatieve bacterie te zien (waar de E. coli een voorbeeld van is). Als rechtopstaande haren bevinden zich aan de buitenzijde van de celwand meerdere kettingstructuren. Dit zijn de giftige lipopolysacchariden (LPS).

Net als dat butyraat producerende bacteriën toenemen met de juiste voeding, kan ongezonde voeding juist zorgen voor meer schadelijke bacteriën in de darmen. Zo zorgt een vetrijk dieet voor meer bacteriën met LPS in de darmholte.30 31 Ook zitten er bacteriën met LPS (vooral de E. coli) in bepaalde voedingsmiddelen, zoals vlees,32 koemelk en schapenmelk.33 En omdat de LPS zich in de celwand van de bacteriën bevindt, hoeft de E. coli niet levend te zijn om mogelijke schade aan te richten in het menselijk lichaam. Het doden van de bacterie door verhitting, zal de LPS niet onschadelijk maken. Naast vlees, melk en kaas is de E. coli ook op bladgroenten, als sla, andijvie en paksoi, te vinden.34 Het voordeel van de bladgroenten is echter, dat de bacterie makkelijk te verwijderen is door de bladeren goed te wassen.

Niet alleen voeding, maar ook andere leefstijlfactoren hebben invloed op de samenstelling van de darmflora. Zo zorgt stress voor meer schadelijke bacteriën in je darmen35 en uiteindelijk voor meer ‘lekken’ in de darmwand.36 37  In dit artikel kun je lezen welke effecten stress nog meer heeft op de darmen.

Ook lectines kunnen negatief effect hebben op de tight junctions: de tight junctions worden afgebroken wanneer er zich grote hoeveelheden lectines in de darmen bevinden en deze in aanraking komen met de tight junctions.38 Maar nou wil het geval dat lectines, net als LPS, ook het immuunsysteem activeren.39 Dus mogelijk heeft het een met het ander te maken.

Tevens hebben tight junctions ook voldoende vitamine D nodig, met als gevolg dat een vitamine D tekort leidt tot opengebroken tight junctions.40 41 Het lichaam van een volwassen man verbruikt dagelijks 3.000 tot 5.000 Internationale Eenheden (IE) aan vitamine D.42 En in de Nederlandse drogisterijen worden pillen met slechts 400 IE verkocht. Daar zit nogal een verschil in. Een menselijk lichaam maakt vitamine D aan als er voldoende zonlicht is. Als je in Noord-West Europa woont, dan maak je de meeste vitamine D aan als je in de zomer rond het middaguur in de volle zon in bikini plat op de grond gaat liggen.43 ’s Ochtends en ’s avonds is de zon in de zomer niet sterk genoeg om vitamine D aan te maken, je zal dan echt rond het middaguur naar buiten moeten. En in de winter is de zon al helemaal niet sterk genoeg (als de R in de maand is). Vitamine D supplementen hebben dan ook een positief effect op de gezondheid van de darmwand. Zo bleek uit een onderzoek met 27 mensen met de ziekte van Crohn. Van de proefpersonen kregen 13 mensen dagelijks 2.000 IE aan vitamine D gedurende drie maanden in de winter. En 14 mensen ontvingen in dezelfde periode dagelijks een placebo. Van de mensen die een placebo ontvingen ging de gezondheid van de darmwand erop achteruit, terwijl de darmwand van de mensen die 2.000 IE aan vitamine D ontvingen intact bleef.44 Mensen die om deze reden meer dan 400 IE aan vitamine D uit willen proberen, hoeven niet te vrezen voor een overdosis van vitamine D, een inname van 10.000 IE vitamine D per dag is namelijk veilig.45

Stroomschema oorzaken van een lekkende darm
Als je weet wat de oorzaken van een lekkende darm zijn, dan weet je ook hoe je een lekkende darm kunt voorkomen.

Dan komen we weer bij het gunstige stofje butyraat aan: butyraat zorgt niet alleen voor gezondere darmwandcellen en een dikkere slijmlaag, het draagt ook bij aan het herstel van tight junctions wanneer deze opengebroken zijn.46 47

Tenslotte lijkt het mineraal zink bij onderzoeken met varkens en ratten een positief effect te hebben op de tight junctions.48 49 Of zink dan ook ditzelfde effect heeft op mensen is dan de vraag. Een klein onderzoek met 12 proefpersonen met de ziekte van Crohn lijkt dit te bevestigen. De proefpersonen hadden bij de start van het onderzoek een lekkende darm. Nadat zij acht weken lang drie maal per dag een zink supplement kregen, hadden wel 10 van de 12 proefpersonen een gezondere darmwand.50 Ook een andere studie laat positieve resultaten zien van zink en vitamine A supplementen bij kinderen met een lekkende darm.51 Zink zit in veel verschillende voedingsmiddelen, zoals granen, peulvruchten, vlees en zeevruchten. Mensen die op een dag te weinig calorieën binnenkrijgen (denk aan mensen die gewend zijn hun ontbijt over te slaan), lopen daarom het risico om een zinktekort te krijgen.52

Stroomschema gezonde tight junctions

Heeft de informatie uit dit artikel je geholpen? Ondersteun dan de auteur met een financiële donatie of door dit artikel te delen op social media. Doneren kan hier.

Samengevat

Met de juiste voeding en leefstijl is het mogelijk om van een lekkende (doorlaatbare) darm te herstellen. Voor een gezonde darm is een dikke slijmlaag essentieel. Een dikke slijmlaag beschermt namelijk de darmwandcellen en de tight junctions tegen beschadiging en giftige stoffen en voorkomt hierdoor dat de darmwand openbreekt. Een gezonde slijmlaag kun je stimuleren door veel vezels te eten en door periodiek te vasten. Tegelijkertijd zorgen voedingsvezels voor gezondere darmwandcellen en een stevigere verbinding tussen de darmwandcellen. Ook periodiek vasten draagt bij aan de gezondheid van de darmwandcellen. Tot slot kunnen zink en vitamine D supplementen helpen om de verbinding tussen de darmwandcellen te verstevigen.  


Disclaimer: De auteur van darmrevolutie.nl is geen praktiserend arts. Met deze artikelen probeer ik slechts de resultaten van wetenschappelijke onderzoeken weer te geven. Mensen die klachten ervaren worden geadviseerd hun behandelend arts te raadplegen.

  1. Odenwald, M.A. & J.R. Turner, 2014: Intestinal permeability defects: Is it time to treat? Clinical Gastroenterology and Hepatology 11(9), p. 1075-1083. [PubMed] [Google Scholar]
  2. Mohling, S.I. & R.S. Furr, 2018: Impaired intestinal permeability (IP) in patients with endometriosis: a pilot study. Poster presentation. [Google Scholar]
  3. Bowe, W.P., N.B. Patel & A.C. Logan, 2014: Acne vulgaris, probiotics and the gut-brain-skin axis: from anecdote to translational medicine. Beneficial Microbes 5(2), p. 185-199. [PubMed] [Google Scholar]
  4. Lee, J.S. et al. 2015: Interleukin-23-Independent IL-17 Production Regulates Intestinal Epithelial Permeability. Immunity 43(4), p. 727-738. [PubMed] [Google Scholar]
  5. Turner, J., 2009: Intestinal mucosal barrier function in health and disease. Nature Reviews Immunology 9, p. 799-809. [PubMed] [Google Scholar]
  6. Santis, S. De, E. Cavalcanti, M. Mastronardi, E. Jirillo & M. Chieppa, 2015: Nutritional Keys for Intestinal Barrier Modulation. Frontiers in Immunology. [PubMed] [Google Scholar]
  7. Macrae, T.F., J.C.D. Hutchinson, J.O. Irwin, J.S.D. Bacon & E.I. McDougall, 1942: Comparative digestibility of wholemeal and white breads and the effect of the degree of fineness of grinding on the former. Epidemiology & Infection 42(4), p. 423-435. [PubMed] [Google Scholar]
  8. Shin, N.R. et al. An increase in the Akkermansia spp. population induced by metformin treatment improves glucose homeostasis in diet-induced obese mice. Gut 63(5), p. 727-735. [PubMed] [Google Scholar]
  9. Everard, A. et al. 2013: Cross-talk between Akkermansia muciniphila and intestinal epithelium controls diet-induced obesity. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 110(22), p. 9066-9071. [PubMed] [Google Scholar]
  10. Zhang, T., Q. Li, L. Cheng, H. Buch & F. Zhang, 2019: Akkermansia muciniphila is a promising probiotic. Microbial Biotechnology. [PubMed] [Google Scholar]
  11. Reunanen, J. et al. 2015: Akkermansia muciniphila Adheres to Enterocytes and Strengthens the Integrity of the Epithelial Cell Layer. Applied and Environmental Microbiology 81(11), p. 3655-3662. [PubMed] [Google Scholar]
  12. Dao, M.C. et al. 2016: Akkermansia muciniphila and improved metabolic health during a dietary intervention in obesity: relationship with gut microbiome richness and ecology. Gut 65(3), p. 426-436. [PubMed] [Google Scholar]
  13. Xu, M., X. Xu, J. Li & F. Li, 2019: Association Between Gut Microbiota and Autism Spectrum Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis. Frontiers in Psychiatry. Child and Adolescent Psychiatry. [PubMed] [Google Scholar]
  14. Verhoog, S. et al. 2019: Dietary Factors and Modulation of Bacteria Strains of Akkermansia muciniphila and Faecalibacterium prausnitzii: A Systematic Review. Nutrients 11(7), 1565. [PubMed] [Google Scholar]
  15. Özkul, C., M. Yalinay & T. Karakan, 2019: Islamic fasting leads to an increased abundance of Akkermansia muciniphila and Bacteroides fragilis group: A preliminary study on intermittent fasting. Turkish Journal of Gastroenterology 30(12), p. 1030-1035. [PubMed] [Google Scholar]
  16. McDougall, G., N.N. Kulkarni & D. Stewart, 2008: Current developments on the inhibitory effects of berry polyphenols on digestive enzymes. BioFactors 34(1), p. 73-80. [PubMed] [Google Scholar]
  17. Miyake, K., T. Tanaka & P.L. McNeil, 2007: Lectin-Based Food Poisening: A New Mechanism of Protein Toxicity. PLoS One. [PubMed] [Google Scholar]
  18. Rodhouse, J.C., C.A. Haugh, D. Roberts & R.J. Gilbert, 1990: Red kidney bean poisoning in the UK: an analysis of 50 suspected incidents between 1976 and 1989. Epidemiology & Infection 105(3), p. 485-491. [PubMed] [Google Scholar]
  19. Lehr, C.M. et al. 1992: Bioadhesion by Means of Specific Binding of Tomato Lectin. Pharmaceutical Research 9, p. 547-553. [PubMed] [Google Scholar]
  20. Hague, A., A.J. Butt & C. Paraskeva, 1996: The role of butyrate in human colonic epithelial cells: an energy source or inducer of differentiation and apoptosis? Proceedings of the Nutrition Society 55, p. 937-943. [PubMed] [Google Scholar]
  21. Gaudier, E. et al. 2004: Butyrate specifically modulates MUC gene expression in intestinal epithelial goblet cells deprived of glucose. American Journal of Physiology- Gastrointestinal and Liver Physiology 287(6). [PubMed] [Google Scholar]
  22. Gueimonde M., K. Laitinen, S. Salminen & E. Isolauri, 2007: Breast Milk: A Source of Bifidobacteria for Infant Gut Development and Maturation? Neonatology 92(1). [PubMed] [Google Scholar]
  23. Intanon, M. S. Lozel Arreola, N. Hung Pham, W. Kneifel, D. Haltrich, T.H. Nguyen, 2014: Nature and biosynthesis of galacto-oligosaccharides related to oligosaccharides in human breast milk. FEMS Microbiology Letters 353(2), p. 89-97. [PubMed] [Google Scholar]
  24. Henning, S.J. & F.J.R. Hird, 1972: Ketogenesis from butyrate and acetate by the caecum and the colon of rabbits. Biochemical Journal 130(3), p. 785-790. [PubMed] [Google Scholar]
  25. Schulzke, J.D. et al. 2009: Epithelial Tight Junctions in Intestinal Inflammation. Molecular Structure and Function of the Tight Junctions 1165. [PubMed] [Google Scholar]
  26. Guttman, J.A. & B. Brett Finlay, 2009: Tight junctions as targets of infectious agents. Biochimica et Biophysica Acta (BBA) – Biomembranes 1788(4), p. 832-841. [PubMed] [Google Scholar]
  27. Böhringer, M. et al. 2016: Candida albicans infection leads to barrier breakdown and a MAPK/NF‐κB mediated stress response in the intestinal epithelial cell line C2BBe1. Cellular Microbiology. [PubMed] [Google Scholar]
  28. Guo, S., R. Al-Sadi, H.M. Said & T.Y. Ma, 2013: Lipopolysaccharide causes an increase in intestinal tight junction permeability in vitro and in vivo by inducing enterocyte membrane expression and localization of TLR-4 and CD14. The American Journal of Pathology 182(2), p. 375-387. [PubMed] [Google Scholar]
  29. Li, C., D. Ma, H. Zhou, M. Zhang, L. An, Y. Wang & C. Wu, 2020: Effects of different doses lipopolysaccharides on the mucosal barrier in mouse intestine. Research in Veterinary Science 133, p. 75-84. [PubMed] [Google Scholar]
  30. Moreira, A.P.B., et al. 2012: Influence of a high-fat diet on gut microbiota, intestinal permeability and metabolic endotoxaemia. British Journal of Nutrition 108, p. 801-809. [PubMed] [Google Scholar]
  31. Moreira, A.P.B. et al. 2012: Influence of a high-fat diet on gut microbiota, intestinal permeability and metabolic endotoxaemia. British Journal of Nutrition 108(5). [PubMed] [Google Scholar]
  32. Heuvelink, A.E., J.T.M. Zwartkruis-Nahuis, R.R. Beumer & D.E. de Boer, 1999: Occurrence and  Survival of Verocytotoxin-Producing Escherichia coli O157 in Meats Obtained from Retail Outlets in The Netherlands. Journal of Food Protection 62(10), p. 1115-1122. [PubMed] [Google Scholar]
  33. Quigley, L., et al. 2013: The complex microbiota of raw milk. FEMS Microbiology Reviews 37 (5), p. 664-698. [PubMed] [Google Scholar]
  34. Hoang, H.A., N.T.C. Quy & N.V.T. Chi (2018) Detection of Escherichia coli in ready-to-eat fresh vegetables using broad-host-range recombinant phages. Journal of Applied Microbiology 124(6), p. 1610-1616. [PubMed] [Google Scholar]
  35. Zijlmans, M.A.C, K. Korpela, J.M. Riksen-Walraven, W.M. de Vos & C. de Weerth, 2015: Maternal prenatal stress is associated with the infant intestinal microbiota. Psychoneuroendocrinology 53, p. 233-245. [PubMed] [Google Scholar]
  36. Kelly, J.R., P.J. Kennedy, J.F. Cryan, T.G. Dinan, G. Clarke & N.P. Hyland, 2015: Breaking down the barriers: the gut microbiome, intestinal permeability and stress-related psychiatric disorders. Frontiers in Cellular Neuroscience 9: 392. [PubMed] [Google Scholar]
  37. Punder, K. de & L. Pruimboom, 2015: Stress Induces Endotoxemia and Low-Grade Inflammation by Increasing Barrier Permeability. Frontiers in Immunology 6: 223. [PubMed] [Google Scholar]
  38. Zhao, Y., G. Qin, Z. Sun, D. Che, N. Bao & X. Zhang, 2011: Permeability and Tight Junction Protein Expression in Weaned Piglets. International Journal of Molecular Sciences 12(12), p. 8502-812. [PubMed] [Google Scholar]
  39. Pellegrina, C.D. et al. 2009: Effects of wheat germ agglutinin on human gastrointestinal epithelium: Insights from an experimental model of immune/epithelial cell interaction. Toxicology and Applied Pharmacology 237(2), p. 146-153. [PubMed] [Google Scholar]
  40. Eslamian, G., S.H. Ardehali, M., Hajimohammaddebrahim-Ketabforoush & Z.V. Shariapanahi, 2020: Assocation of intestinal permeability with admission vitamin D deficiency in patients who are critically ill. Journal of Investigative Medicine 68, p. 397-402. [PubMed] [Google Scholar]
  41. Fujita, H. et al. 2008: Tight Junction Proteins Claudin-2 and -12 Are Critical for Vitamin D-dependent Ca2+ Absorption between Enterocytes. Molecular Biology of the Cell 19(5). [PubMed] [Google Scholar]
  42. Heaney, R.P., K.M. Davies, T.C. Chen, M.F. Holick, M.J. Barger-Lux, 2003: Human serum 25-hydroxycholecalciferol response to extended oral dosing with cholecalciferol. The American Journal of Clinical Nutrition 77(1), p. 204-210. [PubMed] [Google Scholar]
  43. Webb, A.R., R. Kift, J.L. Berry & L.E. Rhodes, 2011: The Vitamin D Debate: Translating Controlled Experiments into Reality for Human Sun Exposure Times. Photochemistry and Photobiology 87(3), p. 741-745. [PubMed] [Google Scholar]
  44. Raftery, T. et al. 2015: Effects of vitamin D supplementation on intestinal permeability, cathelicidin and disease markers in Crohn’s disease: Results from a randomised double-blind placebo-controlled study. United European Gastroenterology Journal 3(3), p. 294-302. [PubMed] [Google Scholar]
  45. Holick, M.F., 2010: Vitamin D and Health: Evolution, Biologic Functions, and Recommended Dietary Intakes for Vitamin D. Vitamin D, p. 3-33. [Google Scholar]
  46. Peng, L., Z.R. Li, R.S. Green, I.R. Holzman, J, Lin, 2009: Butyrate Enhances the Intestinal Barrier by Facilitating Tight Junction Assembly via Activation of AMP-Activated Protein Kinase in Caco-2 Cell Monolayers. The Journal of Nutrition 139(9), p. 1619-1625. [PubMed] [Google Scholar]
  47. Ma, X., P.X. Fan, L.S. Li, S.Y. Qiao, G.L. Zhang & D.F. Li, 2012: Butyrate promotes the recovering of intestinal wound healing through its positive effect on the tight junctions. Journal of Animal Science 90(4), p. 266-268. [PubMed] [Google Scholar]
  48. Zhang, B. & Y. Guo, 2009: Supplemental zinc reduced intestinal permeability by enhancing occludin and zonula occludens protein-1 (ZO-1) expression in weaning piglets. British Journal of Nutrition 102(5). [PubMed] [Google Scholar]
  49. Sturniolo, G.C. et al. 2002: Effect of zinc supplementation on intestinal permeability in experimental colitis. Journal of Laboratory and Clinical Medicine 139(5), p. 311-315. [PubMed] [Google Scholar]
  50. Sturniolo, G.C., V. Di Leo, A. Ferronato, A. D’Odorico, R. D’Incà, 2001: Zinc Supplementation Tightens “Leaky Gut” in Crohn’s Disease. Inflammatory Bowel Diseases 7(2), p. 94-98. [PubMed] [Google Scholar]
  51. Chen, P. et al. 2003: Association of Vitamin A and Zinc Status with Altered Intesinal Permeability: Analyses of Cohort Data from Northeastern Brazil. Journal of Health Population and Nutrition 21(4), p. 309-315. [PubMed] [Google Scholar]
  52. Yanagisawa, H., 2004: Zinc Deficiency and Clinical Practice. Japan Medical Association Journal 47(8), p. 359-364. [Google Scholar]

Ook interessant