Is een glutenvrij dieet nou gezond of niet?

(Laatste update: 29 oktober 2021)

Een glutenvrij dieet is de afgelopen jaren in populariteit toegenomen. Ook onder mensen die geen coeliakie hebben. Uit een poll uit 2018 in de VS blijkt dat wel 21% van de ondervraagden meer glutenvrije producten aan hun dieet toe zijn gaan voegen, terwijl maar 1% van de bevolking aan coeliakie lijdt.1 Draagt dit glutenvrije dieet inderdaad bij aan je gezondheid, ook als je geen coeliakie hebt?  En wat zijn de effecten van een glutenvrij dieet op de lange termijn?

In dit artikel:

  • Waarom mensen met coeliakie beter geen gluten kunnen eten
  • Wat glutensensitiviteit is
  • Welke andere redenen mensen hebben om over te stappen op een glutenvrij dieet
  • Wat de gevolgen zijn van een glutenvrij dieet op de lange termijn
  • Samenvatting

Coeliakie en gluten

Mensen met coeliakie kunnen absoluut geen gluten verdragen. Gluten zijn de eiwitten die zitten in tarwe, gerst en rogge. Coeliakie komt voor bij één procent van de bevolking. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een genetische afwijking van het immuunsysteem. Door deze genetische afwijking ziet het immuunsysteem gluten als kwaadaardig, waardoor het in de verdedigingsstand komt. Deze verdedigingsreactie is zo heftig, dat het immuunsysteem hierbij ook lichaamseigen weefsel aanvalt. Zo tast het immuunsysteem de darmwand van de dunne darm aan.2 Veel mensen met coeliakie hebben hierdoor ook veel last van buikpijn na het eten van gluten.3

En de beschadiging van de dunne darm leidt tot een tekort aan voedingsstoffen, zoals een B12 tekort, een ijzertekort en een kopertekort.4 5 6 7 De dunne darm is namelijk het orgaan waar het lichaam de meeste voedingsstoffen uit voeding op kan nemen. Als deze beschadigd raakt, worden er dus minder voedingsstoffen opgenomen. En dit tekort kan bij kinderen met coeliakie een groeiachterstand veroorzaken.8  

Naast het opnemen van belangrijke voedingsstoffen werkt de darmwand ook als een beschermlaag. De darmwand voorkomt namelijk dat de bacteriën, virussen, gisten en etensresten die zich in de darmen bevinden, het lichaam kunnen binnen dringen. Een beschadigde darmwand noem je ook wel een lekkende of doorlaatbare darm. Wanneer je last hebt van een lekkende darm kunnen bacteriën en andere kwaadaardige stoffen via je bloedbaan in je lichaam circuleren. En dit leidt weer tot allerlei andere lichamelijke kwalen, waaronder auto-immuunziekten. Het is dan ook niet gek dat auto-immuunziekten ook vaker voorkomen bij mensen met coeliakie dan bij mensen zonder coeliakie.9 Daarnaast ervaren mensen met coeliakie ook klachten als hoofdpijn en vermoeidheid. Onderzoek toont aan dat de meeste van dit soort klachten verdwijnen, wanneer patiënten met coeliakie overstappen op een glutenvrij dieet nadat zij zijn gediagnosticeerd.10 Het kan overigens wel een jaar duren voordat de darmwand van een persoon met coeliakie is hersteld nadat hij gestopt is met gluten.11

Wat is glutensensitiviteit?

Glutensensitiviteit is iets anders dan coeliakie. Mensen met coeliakie hebben een erfelijke afwijking die terug te vinden is in hun bloed, maar bij mensen met een glutensensitiviteit is dit niet het geval. Glutensensitiviteit wordt gediagnosticeerd als mensen na het eten van gluten klachten krijgen als buikpijn en vermoeidheid. Vaak stellen mensen zelf deze diagnose zonder een arts te raadplegen. Maar uit verschillende onderzoeken blijkt dat er bij een groot deel van de mensen met glutensensitiviteit, gluten toch niet de oorzaak zijn van hun darmproblemen. Deze mensen bleken vaak een andere aandoening te hebben, zoals SIBO (een overgroei van bacteriën in de dunne darm), een lactose intolerantie of een fructose intolerantie, wat dan voor darmklachten zorgde.12 13

Hoe vaak komt glutensensitiviteit voor?

Een manier om te onderzoeken of de darmen van mensen inderdaad gevoelig zijn voor gluten is met een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde gluten test. Dit wil zeggen dat een grote groep proefpersonen met een glutensensitiviteit in twee groep worden verdeeld. Eén groep krijgt dan producten mèt gluten en de andere groep ontvangt producten die erop lijken, maar dan zonder gluten (de placebogroep). Een studie is dubbelblind als zowel de proefpersonen als de begeleiders niet weten wie welke producten krijgt. Mochten de begeleiders deze informatie wèl hebben, dan zouden zij de proefpersonen onbedoeld kunnen beïnvloeden. In één onderzoek hebben wetenschappers wel tien van dit soort dubbelblinde, placebo-gecontroleerde glutenstudies bestudeerd en de resultaten ervan beschreven. Uit dit overkoepelende onderzoek blijkt dat van de 231 mensen met een glutensensitiviteit, slechts 38 personen daadwerkelijk gevoelig waren voor gluten. Dit is een luttele 16%. Daarnaast blijkt uit hetzelfde onderzoek dat wel 40% van de mensen met glutensensiviteit zelfs een verergering van de symptomen ervoeren na het consumeren van glutenvrije producten.14 Dit laatste wordt ook wel een ‘nocebo effect’ genoemd.

Andere reden om te stoppen met gluten

Voor sommige ziekten, zoals psoriasis, diabetes type 1, MS en auto-immune schildklierziekten, bestaan diëten waarbij mensen door dieetgoeroes worden aangeraden om te stoppen met gluten. Nou zijn er verschillende onderzoeken gedaan waarbij werd onderzocht of een glutenvrij dieet inderdaad voor de gewenste effecten zorgt bij deze ziekten. Het Wahls-dieet voor mensen met MS (multiple sclerose) adviseert om granen te vermijden. Maar uit verschillende studies blijkt dat coeliakie onder mensen met MS niet vaker voorkomt dan onder de rest van de bevolking. Dit betekent dat de antilichamen tegen gluten die mensen met coeliakie in hun bloed hebben, niet vaker terug te vinden zijn bij mensen met MS dan in de rest van de bevolking.15 Toch zijn er drie studies waaruit blijkt dat mensen met MS die overstappen op een glutenvrij dieet minder klachten hebben.16 17 18 Maar dit kan ook een placebo effect zijn omdat deze mensen door de interventie zich opeens bewust waren van hun dieet. (Bovendien was Terry Wahls van het Wahls-dieet co-auteur van twee van deze onderzoeken.) Tegelijkertijd laat een ander onderzoek zien dat het eten van granen en brood juist een beschermend effect heeft op het ontwikkelen van MS. Wie meer volkoren brood eet, heeft een verminderde kans op het ontwikkelen van MS.19

Psoriasis (een huidziekte) is wel een aandoening waarbij mensen met deze ziekte vaker ook coeliakie en dus antilichamen tegen gluten hebben dan de rest van de bevolking. Voor de mensen die zowel psoriasis als antilichamen tegen gluten hebben, loont het dan om gluten te vermijden.20 Bij mensen met psoriasis die geen antilichamen tegen gluten in hun bloed hebben, heeft een glutenvrij dieet geen enkel effect.21

Ook onder kinderen met diabetes type 1 komt coeliakie vaker voor dan bij de rest van bevolking. Het is dan ook niet verrassend dat de symptomen van kinderen met zowel diabetes type 1 als coeliakie verminderen als zij stoppen met gluten.22

Ook is er onderzoek gedaan naar de relatie tussen coeliakie en auto-immune schildklierziekten als de ziekte van Graves en de ziekte van Hashimoto. Hieruit blijkt dat mensen met coeliakie over het algemeen vaker last hebben van een auto-immune schildklierziekte dan mensen zonder coeliakie.23 Maar vreemd genoeg nemen de klachten van de auto-immune schildklierziekten niet af wanneer mensen met zowel coeliakie als een auto-immune schildklierziekte stoppen met gluten. Het is dan ook nog niet bekend wat precies de relatie is tussen deze twee ziekten.24

De gevolgen van het glutenvrije dieet op de lange termijn

Kan het kwaad om over te stappen op een glutenvrij dieet als je zelf het vermoeden hebben dat je glutensensitief bent? Er zijn meerdere studies geweest waarbij de voedingswaarde van het glutenvrije dieet werd onderzocht. Mensen met coeliakie die sinds hun diagnose een glutenvrij dieet volgden, werd gevraagd om hun dagelijkse voedingspatroon in te vullen. Onderzoekers analyseerden dan de voedingswaarde van dit dieet. Zij concludeerden dat een glutenvrij dieet over het algemeen calorierijker is dan gangbare diëten. Ook krijgen mensen die een glutenvrij dieet volgen minder vezels binnen.25 26 27  

Voedingsvezels zijn niet alleen heel goed voor je darmen, maar zij dragen er ook aan bij dat je in totaal minder calorieën eet. Wie veel vezels eet heeft een verminderde kans op het krijgen van overgewicht of obesitas. Vezels zijn namelijk voedingsstoffen die het menselijk lichaam niet op kan nemen. Vezels komen dan onverteerd in je dikke darm terecht. Daar worden ze of verwerkt door je darmbacteriën of ze worden onverteerd doorgesluisd naar de uitgang. Wie veel vezels eet, is sneller vol en eet daardoor minder voedingsstoffen die je lichaam om kan zetten in energie of vet. Daarnaast zorgen deze vezels ervoor dat er minder voedingsstoffen in de dunne darm kunnen worden opgenomen. Voedingsstoffen worden namelijk door je lichaam opgenomen, wanneer zij in contact komen met de darmwand in de dunne darm. Maar wanneer er zich ook veel vezels in je dunne darm bevinden, kunnen deze vezels een obstakel vormen voor de voedingsstoffen om je darmwand te bereiken. Ook hierdoor neemt je lichaam minder calorieën op.28

Wat het effect van een glutenvrij dieet op de lange termijn op het menselijk lichaam is, is meerdere malen onderzocht door de gezondheid van mensen met coeliakie te volgen. En al deze studies zijn het over één ding eens: wie een glutenvrij dieet op de lange termijn (langer dan zes maanden) volgt, heeft een verhoogt risico op leververvetting (steatosis hepatis).29 Eén van de grootste oorzaken van leververvetting is een calorierijk dieet.30 En hierboven heb je al kunnen lezen dat een glutenvrij dieet over het algemeen calorierijker is dan een gangbaar eetpatroon.

Bij leververvetting komen nauwelijks symptomen kijken, maar deze aandoening kan uiteindelijk wel leiden tot leverkanker of cirrose.31 Cirrose is een aandoening waarbij functionerende levercellen langzaam om worden gezet in littekenweefsel, met als gevolg dat de lever minder goed zal functioneren.

Heeft de informatie uit dit artikel je geholpen? Ondersteun dan de auteur met een financiële donatie of door dit artikel te delen op social media. Doneren kan hier.

Samengevat

Het volgen van een glutenvrij dieet is essentieel als je coeliakie hebt. Maar voor mensen die denken niet tegen gluten te kunnen, is de kans groot dat zij op zoek moeten gaan naar een andere oorzaak van hun darmproblemen. Glutensensitiviteit komt namelijk veel minder voor dan over het algemeen wordt gedacht. Daarnaast zijn er veel mensen die het idee hebben dat een glutenvrij dieet gezonder is dan een gangbaar dieet. Maar het omgekeerde is waar. Een glutenvrij dieet is over het algemeen calorierijker en wie daardoor op de lange termijn dagelijks een glutenvrij dieet volgt, heeft een verhoogde kans op leververvetting. Mensen met coeliakie die zich aan een glutenvrij dieet moeten houden, doen er dan goed aan om dagelijks meer vezels aan hun dieet toe te voegen.


Disclaimer: De auteur van darmrevolutie.nl is geen praktiserend arts, maar beschrijft slechts de resultaten van wetenschappelijke onderzoeken. Als u lichamelijke of mentale problemen ervaart, wordt u geadviseerd om die te bespreken met uw behandelend arts.

  1. Lerner, B.A., P.H.R. Green & B. Lebwohl, 2019: Going Against the Grains: Gluten-Free Diets in Patients Without Celiac Disease—Worthwhile or Not? Digestive Diseases and Sciences 64, p. 1740–1747. [PubMed] [Google Scholar]
  2. Maiuri, L., A. Picarelli, M. Boirivant, S. Coletta, M.C. Mazzilli, M. De Vincenzi, M. Londei & S. Auricchio, 1996: Definition of the initial immunologic modifications upon in vitro gliadin challenge in the small intestine of celiac patients. Gastroenterology 110(5), p. 1368-1378. [PubMed] [Google Scholar]
  3. Reilly, N.R. & P.H.R. Green, 2012: Epidemiology and clinical presentations of celiac disease. Seminars in Immunopathology 34, p. 473–478. [PubMed] [Google Scholar]
  4. Barton, S.H., D.G. Kelly & J.A. Murray, 2007: Nutritional Deficiencies in Celiac Disease. Gastroenterology Clinics of North America 36(1), p.  93-108. [PubMed] [Google Scholar]
  5. Dahele, A. & S. Ghosh, 2001: Vitamin B12 deficiency in untreated celiac disease. The American Journal of Gastroenterology 96(3), p. 745-750. [PubMed] [Google Scholar]
  6. Halfdanarson, T.R. N. Kumar, W. Hogan, J. Murray, 2009: Copper Deficiency in Celiac Disease. Journal of Clinical Gastroenterology  43(2), p. 162-164. [PubMed] [Google Scholar]
  7. Freeman H.J., 2015: Iron deficiency anemia in celiac disease. World Journal of Gastroenterology 21(31), p. 9233-9238. [PubMed] [Google Scholar]
  8. Giovenale, D. et al. 2006: The Prevalence of Growth Hormone Deficiency and Celiac Disease in Short Children. Clinical Medicine & Research 4(3), p. 180-183. [PubMed] [Google Scholar]
  9. Assa, A., Y. Frenkel-Nir, D. Tzur, L.H. Katz & R. Shamir, 2017: Large population study shows that adolescents with celiac disease have an increased risk of multiple autoimmune and nonautoimmune comorbidities. Acta Paediatrica 106, p. 967-972. [PubMed] [Google Scholar]
  10. Jericho H., N. Sansotta & S. Guandalini, 2017: Extraintestinal Manifestations of Celiac Disease: Effectiveness of the Gluten-Free Diet. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 65(1), p. 75-79. [PubMed] [Google Scholar]
  11. Duerksen, D.R., C. Wilhelm-Boyles & D.M. Parry, 2005: Intestinal Permeability in Long-Term Follow-up of Patients with Celiac Disease on a Gluten-Free Diet. Digestive Diseases and Sciences 50(4), p. 785-790. [PubMed] [Google Scholar]
  12. Tavakkoli, A., S.K. Lewis, C.A. Tennyson, B.Lebwohl & P.H.R. Green, 2014: Characteristics of Patients Who Avoid Wheat and/or Gluten in the Absence of Celiac Disease. Digestive Diseases and Sciences 59, p. 1255-1261. [PubMed] [Google Scholar]
  13. Lerner, B.A., P.H.R. Green & B. Lebwohl, 2019: Going Against the Grains: Gluten-Free Diets in Patients Without Celiac Disease—Worthwhile or Not? Digestive Diseases and Sciences 64, p. 1740–1747. [PubMed] [Google Scholar]
  14. Molina-Infante, J. & A. Carroccio, 2017: Suspected Nonceliac Gluten Sensitivity Confirmed in Few Patients After Gluten Challenge in Double-Blind, Placebo-Controlled Trials. Clinical Gastroenterology and Hepatology 15(3), p. 339-348. [PubMed] [Google Scholar]
  15. Passali M., K. Josefsen, J.L. Frederiksen & J.C. Antvorskov, 2020: Current Evidence on the Efficacy of Gluten-Free Diets in Multiple Sclerosis, Psoriasis, Type 1 Diabetes and Autoimmune Thyroid Diseases. Nutrients 12(8): 2316. [PubMed] [Google Scholar]
  16. Rodrigo, L. et al. 2014: Randomised clinical trial comparing the efficacy of a gluten-free diet versus a regular diet in a series of relapsing-remitting multiple sclerosis patients. International Journal of Neurology and Neurotherapy 1(1), p. 1-6. [Google Scholar]
  17. Irish, A.K., C.M. Erickson, T.L. Wahls, L.G. Snetselaar & W.G. Darling, 2017: Randomized control trial evaluation of a modified Paleolithic dietary intervention in the treatment of relapsing-remitting multiple sclerosis: a pilot study. Degenerative Neurologica land Neuromuscular Disease 7, p. 1-18. [PubMed] [Google Scholar]
  18. Bisht, B., W.G. Darling, E.T. Shivapour, S.K. Lutgendorf, L.G. Snetselaar, C.A. Chenard & T.L. Wahls, 2015:  Multimodal intervention improves fatigue and quality of life in subjects with progressive multiple sclerosis: a pilot study. Degenerative Neurologica land Neuromuscular Disease 5, p. 19-35. [PubMed] [Google Scholar]
  19. Ghadirian, P., M. Jain, S. Ducic, B. Shatenstein & R. Morisset, 1998: Nutritional factors in the aetiology of multiple sclerosis: a case-control study in Montreal, Canada. International Journal of Epidemiology 27, p. 845-852. [PubMed] [Google Scholar]
  20. Bhatia, B.K., J.W. Millsop, M. Debbenah, J. Koo, E. Linos & W. Liao, 2014: Diet and psoriasis, part II: Celiac disease and role of a gluten-free diet. Journal of the American Academy of Dermatology 71(2), p. 350-358. [PubMed] [Google Scholar]
  21. Michaëlsson, G., B. Gerdén, E. Hagforsen, B. Nilsson, I. Pihl-Lundin, W. Kraaz, G. Hjelmquist & L. Lööf, 2000: Psoriasis patients with antibodies to gliadin can be improved by a gluten-free diet. The British Journal of Dermatology 142(1), p. 44-51. [PubMed] [Google Scholar]
  22. Scaramuzza, A.E., C. Mantegazza, A. Bosetti & G.V. Zuccotti, 2013: Type 1 diabetes and celiac disease: The effects of gluten free diet on metabolic control. World Journal of Diabetes 4(4), p. 130-134. [PubMed] [Google Scholar]
  23. Meloni, A., C. Mandas, R. Désirée Jores & Mauro Congia, 2009: Prevalence of Autoimmune Thyroiditis in Children with Celiac Disease and Effect of Gluten Withdrawal. The Journal of Pediatrics 155(1), p. 51-55.e1. [PubMed] [Google Scholar]
  24. Metso, S., et al. 2012: Gluten-free diet and autoimmune thyroiditis in patients with celiac disease. A prospective controlled study. Scandinavian Journal of Gastroenterology 47(1), p. 43-48. [PubMed] [Google Scholar]
  25. Melini, V. & F. Melini, 2019: Gluten-Free Diet: Gaps and Needs for a Healthier Diet. Nutrients 11: 170. [PubMed] [Google Scholar]
  26. Zuccotti G, V. Fabiano, D. Dilillo, M. Picca, C. Cravidi & P. Brambilla, 2013: Intakes of nutrients in Italian children with celiac disease and the role of commercially available gluten-free products. Journal of Human Nutrition and Dietetics 26(5), p. 436-44. [PubMed] [Google Scholar]
  27. Vici, G., L. Belli, M. Biondi & V. Polzonetti, 2016: Gluten free diet and nutrient deficiencies: A review. Clinical Nutrition 35(6), p. 1236-1241. [PubMed] [Google Scholar]
  28. Slavin, J. & H. Green, 2007: Dietary fibre and satiety. Nutrition Bulletin 32(s1), p. 32-42. [Google Scholar]
  29. Valvano, M., S. Longo, G. Stefanelli, G. Frieri, A. Viscido & G. Latella, 2020: Celiac Disease, Gluten-Free Diet, and Metabolic and Liver Disorders. Nutrients 12(4): 940. [PubMed] [Google Scholar]
  30. Wehmeyer, M.H. et al. 2016: Nonalcoholic fatty liver disease is associated with excessive calorie intake rather than a distinctive dietary pattern. Medicine 95(23): e3887. [PubMed] [Google Scholar]
  31. Loomba, R., S.L. Friedman & G.I. Shulman, 2021: Mechanisms and disease consequences of nonalcoholic fatty liver disease. Cell 184(10), p. 2537-2564. [PubMed] [Google Scholar]

Ook interessant