Is Alzheimer een ontstekingsziekte?

(Laatste update: 24 augustus 2021)

Alzheimer is een slopende ziekte en de meeste voorkomende vorm van dementie. Bij slechts 1% van de Alzheimer patiënten is erfelijkheid de oorzaak.1 Bij 99% van de gevallen lijken dieet en leefstijl een grote rol te spelen. De afgelopen 100 jaar zijn steeds meer mensen slachtoffer geworden van deze vreselijke ziekte. En in de afgelopen eeuw zijn we ook anders gaan eten en anders gaan leven. Er is daarom ook steeds meer aandacht op leefstijl verandering en gezonde diëten om Alzheimer tegen te gaan. Daarnaast wordt er nog volop gezocht naar een medicijn voor Alzheimer. Maar wat veel mensen niet weten, is dat ontstekingsreacties en de gezondheid van je darmen een grote rol spelen bij hersenziekte. Wanneer je deze ontstekingsreacties vermindert, kun je het risico op Alzheimer aanzienlijk verminderen.

In dit artikel:

  • De ziekte van Alzheimer en ontstekingsreacties
  • De oorzaken van deze ontstekingsreacties
  • De belangrijke rol van  de bloed-brein barrière
  • Waarom het ketodieet een gunstig effect heeft op Alzheimer
  • Hoe je de ontstekingsreacties bij de bron aanpakt
  • Samenvatting

Karakteristieken van Alzheimer

Signalen die wijzen op dementie of Alzheimer zijn: vergeetachtigheid, problemen met dagelijkse handelingen, vergissingen met tijd en plaats, taalproblemen, terugtrekken uit sociale activiteiten en andere gedragsveranderingen. Deze signalen worden veroorzaakt door veranderingen die zich in de hersenen plaatsvinden. In de hersenen stapelen zich namelijk schadelijke eiwitten op en er vindt hersenkrimp plaats. Het gaat om de eiwitten genaamd bèta-amyloïd en tau. Bij een teveel aan bèta-amyloïd hopen deze eiwitten zich op en vormen zij plaques in de hersenen. Tau is een eiwit dat van nature voorkomt in hersencellen en daar een belangrijke functie heeft. Maar wanneer het tau eiwit defect raakt, kan het kluwens vormen, wat voor een beschadiging van de hersencellen zorgt. Echter hebben niet alle mensen met de ziekte van Alzheimer tau-kluwens in hun hersenen en er zijn ook gezonde oudere mensen zonder Alheimer met bèta-amyloïd plaques in hun hersenen.2 3 Hersenkrimp lijkt het grootste probleem bij Alzheimer.

hersenkrimp bij Alzheimer
De linker afbeelding is een illustratie van de hersenen van een gezond persoon. De rechter afbeelding laat de hersenkrimp van iemand met de ziekte van Alzheimer zien.

Ontstekingsreacties bij Alzheimer

Tal van onderzoeken wijzen er nu op dat mensen met Alzheimer meer ontstekingsreacties in hun hersenen hebben dan gezonde mensen.4 5 En van ontstekingsreacties is bekend dat zij voor een aantasting van hersencellen zorgen.6 Door een overdaad aan ontstekingsreacties raakt het immuunsysteem namelijk overactief, waardoor het immuunsysteem uiteindelijk ook gezonde lichaamscellen aanvalt. Dit fenomeen zie je ook terug bij auto-immuunziekten zoals artrose en MS. Dit kan verklaren waarom de hersenen van mensen met Alzheimer krimpen.  

Mogelijke oorzaken van deze ontstekingsreacties

Er zijn tal van risicofactoren aan te wijzen die tot hersenkrimp kunnen leiden in de hersenen, zoals roken, hersenletsel en te weinig slaap. Maar de volgende drie factoren spelen een grote rol in de ontwikkeling van ontstekingsreacties bij de ziekte van Alzheimer:

Gebrekkige doorbloeding in de hersenen

Uit autopsie rapporten blijkt dat er bij 60% tot 90% van de mensen met Alzheimer ook sprake is van hart- en vaatziekten.7 Twee andere studies, waarbij onderzoekers de bloedtoevoer in de hersenen van mensen met Alzheimer vergeleken met de bloedtoevoer van gezonde mensen, bevestigen dit beeld. De proefpersonen van deze onderzoeken met Alzheimer hadden duidelijk een minder goede doorbloeding in hun hersenen dan hun gezonde leeftijdsgenoten.8 9 Een goede doorbloeding is essentieel om hersencellen te voorzien van zuurstof en glucose. En deze doorbloeding neemt af als er sprake is van aderverkalking. Aderverkalking is de opeenhoping van plaque in de aderen. De vaten in de hersenen worden door deze plaque ophopingen dus nauwer, waardoor het bloed niet meer overal bij kan. Zeker de dunne haarvaten in de hersenen worden dan al snel niet meer toegankelijk. Daarnaast kan aderverkalking ook zorgen voor bloedpropjes, waardoor sommige vaten in de hersenen helemaal afgesloten raken. Als dit gebeurt dan spreek je ook wel van een beroerte of een mini-beroerte. Hoe aderverkalking hier precies voor zorgt, kun je lezen in dit artikel.

Afgesloten vaten leiden tot een zuurstofgebrek in bepaalde delen van de hersenen. En door een zuurstof gebrek sterven de hersencellen in deze gebieden van het brein af. Vaak zijn dit  mini-beroertes die zo klein zijn, dat patiënten met aderverkalking hier niet direct wat van merken. Maar uit onderzoek is wel bekend dat het denkvermogen en geheugen bij mensen met een verminderde doorbloeding er wel op achteruit gaan.10 11

Niet alleen leidt een zuurstofgebrek tot het afsterven van hersencellen, ook is uit meerdere onderzoeken bekend dat zuurstofgebrek in de hersenen zorgt voor een toename van de schadelijke bèta-amyloïds, waar de ziekte van Alzheimer om bekend staat.12 13 14 15 En omdat het immuunsysteem herkent dat deze eiwitten schadelijk zijn, zal het daarom zijn best doen om ze op te ruimen. Het gevolg hiervan is dat er ontstekingsreacties ontstaan in de hersenen. Bij gezonde mensen worden deze bèta-amyloïds dan op een succesvolle manier opgeruimd. Maar wanneer er een overdaad is aan bèta-amyloïds, is het immuunsysteem niet meer goed in staat al deze eiwitten op te ruimen. Deze bèta-amyloïds hopen zich dan op en vormen samen plaques. Het immuunsysteem blijft dan zijn best doen om deze eiwitten en de plaques op te ruimen. Dit lukt vaak niet en hierdoor blijft het immuunsysteem overuren draaien in de hersenen. Het gevolg hiervan is een overvloed aan ontstekingsreacties, die voor een aantasting van de hersencellen kunnen zorgen.

Illustratie bèta-amyloïde plaques
Bij een teveel aan bèta-amyloïds stapelen deze zich op en vormen zij plaques.
stroomschema effecten aderverkalking
Aderverkalking leidt op twee vereschillende manieren tot hersenkrimp.

Ouderdom als oorzaak van ontstekingsreacties

De kans op Alzheimer neemt toe naarmate je ouder wordt. Als je ouder wordt, gaat ook je immuunsysteem wat achteruit. Het immuunsysteem is dan minder goed in staat de schadelijke bèta-amyloïds af te breken als deze zich in je hersenen bevinden. En tegelijkertijd neemt ook het aantal ontstekingsreacties toe als je ouder wordt.16 In dit artikel kun je meer lezen over de relatie tussen ouderdom en ontstekingsreacties.

Daarnaast wordt aderverkalking en het dichtslibben van de vaten ook weleens gezien als een ouderdomsziekte. Wanneer je jarenlang de verkeerde voeding eet, stapelt de plaque zich in de aderen op, met afgesloten vaten in de hersenen als gevolg. En dit leidt weer tot zuurstofgebrek in de hersenen, een toename van de schadelijke bèta-amyloïds en dus meer ontstekingsreacties.

Ook verandert de samenstelling van de darmflora bij het ouder worden. De darmflora is het samenstel van bacteriën, gisten en virussen dat zich in de dikke darm bevindt. De darmflora heeft een enorme invloed op de gezondheid van de rest van het menselijk lichaam. Wanneer er zich teveel schadelijke bacteriën in de darmen bevinden, kan dit tot ontstekingen op andere plekken in het lichaam zorgen. Een grote hoeveelheid gezonde bacteriën kunnen ontstekingsreacties afremmen. Maar het zijn juist deze gezonde darmbacteriën die in aantal afnemen als je ouder wordt, terwijl de schadelijke bacteriën tegelijkertijd in aantal toenemen.17 Verderop in dit artikel lees je hoe je dit verschijnsel om kan keren.

Schadelijke darmbacteriën in het brein

In de hersenen van mensen met Alzheimer bevinden zich toxische stoffen die eigenlijk in de darmen thuishoren. Het gaat hier om het stofje met de moeilijke naam lipopolysaccharide (afgekort LPS). Deze LPS zijn te vinden op de buitenzijde van de celwand van veel schadelijke darmbacteriën. Uit onderzoek blijkt dat mensen met de ziekte van Alzheimer meer LPS in hun hersenen hebben dan gezonde mensen van dezelfde leeftijd.18 In andere woorden: er bevinden zich schadelijke darmbacteriën in de hersenen van mensen met Alzheimer. Hoe komen die darmbacteriën dan in de hersenen terecht? Dit heeft alles te maken met een lekkende darm. Wanneer de darmwand niet intact is, kunnen deze bacteriën uit de darmen ontsnappen en in de bloedbaan terecht komen. Eenmaal in de bloedbaan kunnen ze zich makkelijk verplaatsen naar andere delen van het lichaam, waar zij vervolgens voor ontstekingsreacties zorgen. Zo is LPS de oorzaak van de aantasting van gewrichten bij artrose. En speelt LPS een schadelijke rol bij diabetes type 2. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Alzheimer vaker voorkomt bij mensen met diabetes type 2 of artrose.19 20 Wanneer de LPS zich naar het brein hebben verplaatst, wordt het immuunsysteem ook daar aangewakkerd, met ontstekingsreacties en de aantasting van belangrijke hersencellen als gevolg.21 Daarnaast laat een onderzoek met muizen zien dat de ontstekingsreacties die door LPS worden aangewakkerd ook leiden tot het ontstaan van de schadelijke tau-kluwens.22

LPS aan de buitenzijde van bepaalde bacteriën
Links is de dwarsdoorsnede van de celwand van een zogenaamde gram negatieve bacterie te zien (waar de E. coli een voorbeeld van is). Als rechtopstaande haren bevinden zich aan de buitenzijde van de celwand meerdere kettingstructuren. Dit zijn de giftige lipopolysacchariden (LPS).

Een van de oorzaken van een lekkende darm is een overmaat aan schadelijk bacteriën in de darmen. De LPS zelf dragen namelijk bij aan het openbreken van de darmwand. Voorbeelden van schadelijke bacteriën met LPS op hun celwand zijn de welbekende E. coli en de Helicobacter pylori. Dan kun je je afvragen of mensen met Alzheimer dan ook meer van dit soort schadelijke bacteriën in hun darmen hebben dan gezonde leeftijdsgenoten en dit blijkt inderdaad zo te zijn!23 24 25

stroomschema hoe schadelijke darmbacteriën in de hersenen terecht komen

Een ander gevolg van de aanwezigheid van LPS in het bloed is de aantasting van de bloed-brein barrière. De bloed-brein barrière is het vatenstelsel in de hersenen, alleen hebben deze vaten een dikkere beschermlaag dan de aderen in de rest van het lichaam. Deze bloed-brein barrière voorkomt dat er schadelijke stoffen van de bloedbaan in de hersenen terecht kunnen komen. Maar net als dat een teveel aan LPS voor een lekkende darm zorgt, tast de aanwezigheid van LPS ook de bloed-brein barrière aan. Dit heeft twee verschillende gevolgen:

  • De LPS breken door de barrière heen, waardoor ze in de hersenen terecht kunnen komen en daar voor ontstekingen zorgen.26 27
  • LPS zorgen voor ontstekingsreacties in de vaatwandcellen in de bloed-brein barrière, waardoor deze vaatwandcellen belangrijke voedingsstoffen, zoals glucose, niet meer goed naar de hersenen doorsluizen. Hierover meer in de volgende paragraaf.
tekening van de bloed-brein barrière
De linker illustratie laat een normale vaatwand zien. De rechter illustratie toont een vaatwand in de hersenen. Deze is hechter dan de vaatwand van andere vaten en fungeert als een beschermlaag voor de hersenen. Deze hechte vaatwand noem je daarom ook wel de bloed-brein barrière.

De bloed-brein barrière en Alzheimer

De bloed-brein barrière is dus een beschermlaag van de hersenen. Maar uit onderzoeken is bekend dat de bloed-brein barrière bij Alzheimer niet meer goed functioneert.28 Dat wil zeggen dat de barrière open is gebroken of dat de vaatwandcellen niet meer goed hun werk doen. De vaatwandcellen zijn een belangrijk doorvoerluik voor de uitwisseling van voedingsstoffen en gifstoffen. In de vaatwandcellen bevinden zich namelijk transporters. Transporters zijn eiwitten die voedingsstoffen van de bloedbaan door de vaatwandcellen heen naar de hersenen doorsluizen en gifstoffen van de hersenen naar de bloedbaan transporteren. De transporters die een rol spelen bij de ziekte van Alzheimer zijn:

  1. transporters die glucose vanuit de bloedbaan naar de hersenen vervoeren
  2. transporters die de schadelijke bèta-amyloïds vanuit het brein naar de bloedbaan vervoeren
  3. transporters die schadelijke bèta-amyloïds vanuit de bloedbaan naar het brein vervoeren.

De eerste transporter is van groot belang om de hersenen te kunnen voorzien van voldoende voeding. De tweede transporter is van belang omdat deze de hersenen ontdoet van de schadelijke bèta-amyloïds, die in de hersenen voor ontstekingen zorgen. En de derde transporter ben je liever kwijt dan rijk. Ook in de bloedbaan kunnen zich bèta-amyloïds bevinden en het is dan erg onfortuinlijk als deze vanuit de bloedbaan in je hersenen gedropt worden. Bij mensen met een gezonde bloed-brein barrière is de deze transporter dan ook niet of verminderd actief. 29 30 31

illustratie glucose transportes bloed brein barriere
Glucose transporters zijn belangrijke eiwitten die glucose van de bloedbaan door de bloed-brein barrière heen naar de hersenen sluizen.

Het effect van LPS op transporters van de bloed-brein barrière

Uit studies met muizen en ratten blijkt dat de eerste twee transporters van de bloed-brein barrière niet meer goed hun werk doen zodra de muizen en ratten worden ingespoten met LPS. En tegelijkertijd worden de nadelige transporters die de bèta-amyloïds van de bloedbaan naar de hersenen vervoeren dan geactiveerd.32 33 Dit heeft dus twee gevolgen: er stapelen zich meer bèta-amyloïds op in de hersenen van deze muizen en de hersenen ontvangen minder glucose. Glucose een essentiële voedingsstof is voor hersencellen.34 Mensen zijn geen knaagdieren, maar het is wel bekend dat deze belangrijke glucose transporters niet goed functioneren in de bloed-brein barrière bij mensen met Alzheimer.35 Als gevolg hiervan hebben mensen met de ziekte van Alzheimer dan ook minder glucose in hun brein dan gezonde leeftijdsgenoten.36 En een gebrek aan glucose resulteert weer, net als een zuurstoftekort, in het afsterven van hersencellen.37 Daarnaast lijkt een vermindering aan glucose transporters samen te hangen met de verstoorde tau eiwitten, die terug te zien zijn bij veel mensen met de ziekte van Alzheimer.38

stroomschema effect van een lekkende darm op Alzheimer
Dit stroomschema laat zien op welke manieren een lekkende darm de hersenen aantast.

Alzheimer en het ketodieet

Eén van de weinige diëten die een gunstig effect lijkt te hebben op mensen met beginnend Alzheimer is het ketogeen dieet.39 40 Het ketogeen dieet is een dieet dat vooral bestaat uit vetten en een zeer beperkt aantal koolhydraten. Wanneer je weinig of geen koolhydraten consumeert, zet je lever vetten om in ketolichamen om het gebrek aan glucose te compenseren. Zoals je hierboven kon lezen, hebben je hersenen dus glucose nodig om te kunnen functioneren. Bij een gebrek aan glucose, zorgt je lichaam er op deze manier dus voor dat je hersencellen toch gevoed kunnen worden. Deze ketolichamen zijn namelijk een goed alternatief voor glucose om je hersenen te voorzien van energie.

Uit meerdere studies blijkt dat deze ketolichamen het geheugen van mensen met beginnende dementie verbeteren.41 42 43 Een mogelijke verklaring hiervoor is dat ketolichamen niet alleen de hersenen voeden, maar ook de vaatwandcellen van de bloed-brein barrière. Hierdoor herstelt de bloed-brein barrière, waardoor de belangrijke transporters ook weer fatsoenlijk functioneren.44 45 Daarnaast dragen ketolichamen bij aan de gezondheid van de darmwand, waardoor er minder LPS in de bloedbaan kunnen glippen.46  

Het volgen van een ketodieet luistert heel nauw. Een ketogeen dieet is niet te verwarren met een vetrijk dieet. Een vetrijk dieet verhoogt namelijk het risico op dementie.47 Het simpelweg toevoegen van meer vetten aan je dieet heeft dus een negatief effect. Wil je dat je lichaam ketolichamen aanmaakt, dan moet je bijna al je energie uit vetten halen en nauwelijks koolhydraten en eiwitten consumeren. Voor het volgen van een ketogeen dieet, hanteer je volgende formule:

  • maximaal 50 gram koolhydraten per dag
  • 1 gram eiwitten per kg aan lichaamsgewicht
  • een onbeperkte hoeveelheid vetten.

Doordat dit dieet nogal rigoureus is, betwijfelen wetenschappers of je het ketodieet nou wel aan moet bevelen aan ouderen of niet. Bij ouderen komt namelijk vaak het probleem voor dat zij last hebben van een verminderde eetlust en ondervoeding als gevolg daarvan. En wanneer je dieet draait om vetten, krijg je weinig andere, gezonde voedingsstoffen binnen. Ook zorgt het ketodieet voor een verminderde eetlust.48 Dit is dus zeker niet aan te raden bij ouderen die al ondervoed zijn. Zeker niet omdat ondergewicht juist het risico op Alzheimer verhoogt (net als obesitas overigens).49 Dit is op zich ook niet heel gek als je bedenkt dat mensen met ondergewicht niet voldoende suikers en vetten hebben om hun hersenen te kunnen voeden. Daarbij zorgt het ketodieet voor een toename van cholesterol.50 En ook van cholesterol is bekend dat dit de kans op Alzheimer vergroot.51

Gelukkig zijn er ook alternatieve manieren om ervoor te zorgen dat je lichaam de gunstige ketolichamen aanmaakt. Dit zijn periodiek vasten (intermittent fasting), sporten op een lege maag en het consumeren van MCT-olie. Met periodiek vasten eet je voor een groot deel van de dag niet. Je stopt dan bijvoorbeeld om 17.30 met eten en je begint de dag erna pas om 9.30 aan je ontbijt. Je lichaam krijgt in die periode geen koolhydraten binnen en zal dan sneller vetten omzetten in ketolichamen. Zeker als je ook nog vòòr je ontbijt gaat hardlopen of een flinke ochtendwandeling maakt. Uit een studie in Italië blijkt dan ook dat ouderen die minimaal 10 uur per dag vasten, een beter geheugen hebben dan leeftijdsgenoten die de hele dag door eten.52 Van beweging is natuurlijk al langer bekend dat dit de kans op geheugenverlies verkleint.53 Maar voor ouderen die al ondervoed zijn, is sporten op de lege maag natuurlijk ook geen aanrader. Gelukkig blijkt uit onderzoek dat de consumptie van een bepaald soort vetten, de zogenaamde medium-chain-triglycerides (MCT) in kokosvet, ook zorgt voor de aanmaak van ketolichamen. Ook naar het effect van MCT-olie op het geheugen van mensen met beginnend Alzheimer zijn studies uitgevoerd. Deze studies konden concluderen dat de consumptie van MCT-olie een gunstige uitwerking heeft op het geheugen van de proefpersonen.54 55 Hierover meer in dit artikel.

Ontstekingsreacties bij de bron aanpakken

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, zorgen aderverkalking en een lekkende darm indirect voor ontstekingen in de hersenpan en de aantasting van hersencellen. In dit artikel kun je lezen hoe je zelf de kans op aderverkalking vermindert. En in dit artikel lees je hoe je een lekkende darm aanpakt. Van ketolichamen weten we nu dat zij een gunstig effect hebben op Alzheimer doordat zij vermoedelijk de bloed-brein barrière herstellen. Maar er zijn naast ketolichamen ook andere stoffen die de bloed-brein barrière verstevigen en ontstekingen in de hersenpan verminderen. Dit zijn vitamine D en butyraat. Butyraat is een stofje dat aangemaakt wordt door gezonde darmbacteriën.

Vitamine D en Alzheimer

Vitamine D heeft, net als ketolichamen, een positieve uitwerking op zowel de darmwand als op de bloed-brein barrière.56 Dat blijkt in ieder geval uit studies met muizen en ratten.57 58 En zo zorgt vitamine D bij deze dieren ervoor dat er meer bèta-amyloïds uit het brein wordt afgevoerd naar de bloedbaan en minder bèta-amyloïds uit de bloedbaan naar de hersenen getransporteerd worden. De knaagdieren die vitamine D kregen, hadden dus uiteindelijk minder bèta-amyloïds in hun brein.59 60 61  

Wederom, mensen zijn geen muizen of ratten. Maar uit mensenstudies blijkt wel dat een langdurig vitamine D-tekort tot hersenbeschadiging leidt. Een vitamine D-waarde van minder dan 50ng/ml verhoogt daardoor het risico op Alzheimer.62 En zo heeft wel 70 tot 90 procent van de mensen met de ziekte van Alzheimer een vitamine D-tekort.63 Een gezonde hoeveelheid vitamine D lijkt daarom ook samen te hangen met een beter denkvermogen bij oudere bevolkingsgroepen.64 Wetenschappers raden dan ook aan dat mensen met een vitamine D tekort supplementen nemen.65

Het lichaam van een volwassen man verbruikt dagelijks 3.000 tot 5.000 Internationale Eenheden (IE) aan vitamine D.66 En in de Nederlandse drogisterijen worden pillen met slechts 400 IE verkocht, daar zit dus nogal een verschil in. Maar mensen die meer dan 400 IE aan vitamine D uit willen proberen, hoeven niet te vrezen voor een overdosis van vitamine D, een inname van 10.000 IE vitamine D per dag is namelijk veilig.67

Ook de Nederlandse zon laat te wensen over: je lichaam maakt pas vitamine D aan als je schaduw minder lang is dan jijzelf. De herfst- en wintermaanden vallen hiermee dus af (als de ‘R’ in de maand is). En in de lente en zomermaanden maak je geen vitamine D aan als je alleen ’s ochtends vroeg en ’s avonds buiten bent.

Butyraat, een gunstig product van darmbacteriën

Gezonde darmbacteriën kunnen een stofje produceren dat net als ketolichamen de cellen van de darmwand en de bloed-brein barrière voedt. Dit stofje heet butyraat (ook wel bekend als boterzuur). Butyraat zorgt dus voor een gezonde darmwand, waardoor er minder bacteriën met LPS in de bloedbaan kunnen ontsnappen en het herstelt de bloed-brein barrière waardoor belangrijke transporters hun werk weer goed kunnen doen.68 69 70 71 72 Tevens zorgt butyraat, net als vitamine D, ook op andere manieren voor een vermindering van ontstekingsreacties. Ook in het brein.73 74 75

Stroomschema effecten ketolichamen, vitamine D en butyraat
Dit stroomschema geeft weer op welke manieren ketolichamen, vitamine D en butyraat een gunstig effect hebben op Alzheimer.

De productie van butyraat is complex. Volgens de laatste wetenschappelijke inzichten gaat dit als volgt: eerst voeden de zogenaamde Bifidobacteriën zich aan koolhydraten en vervolgens scheiden deze bacteriën een stofje uit waar andere soorten dan weer butyraat van kunnen maken. Er zijn meerdere soorten darmbacteriën die butyraat produceren, maar om dit te kunnen doen hebben zij dus wel de Bifidobacteriën nodig.76 77 En nou blijkt uit meerdere onderzoeken dat mensen met Alzheimer minder Bifidobacteriën en butyraat-producerende bacteriën in hun darmen hebben dan hun gezonde leeftijdsgenoten.78 79 80

Bifidobacterium: de verjongingsbacterie

De Bifidobacteriën komen het meeste voor bij jonge kinderen. Het aantal Bifidobacteriën nemen in de periode richting volwassenheid geleidelijk af en dit aantal blijft gedurende de volwassen levensfase van de mens over het algemeen stabiel. Maar in de laatste levensfase van de mens gaat neemt het aantal Bifidobacteriën weer verder af.81 82 En wat gebeurt er nu met de gezondheid van ouderen als je ze Bifidobacteriën als supplement geeft? Onderzoekers hebben dit uitgetest op ouderen met beginnende dementie. De proefpersonen kregen dagelijks probiotica supplementen van de bacteriesoort genaamd Bifidobacterium breve of een placebo. De conclusies van deze studies luidde dat de supplementen met deze bacteriesoort zorgden voor een verbetering van het geheugen!83 84

Vezels, vezels, vezels

Het nemen van probiotica supplementen is niet de enige manier om het aantal Bifidobacteriën in je darmen toe te laten nemen. Een vezelrijk dieet zorgt er namelijk ook voor dat soorten van deze bacterie die zich al in je dikke darm bevinden, zullen vermeerderen. Hoe dat precies zit, kun je in dit artikel lezen. Niet alleen zorgen voedingsvezels voor meer Bifidobacteriën, maar ook voor meer butyraat. En uit verschillende onderzoeken is dan weer bekend dat butyraat de hersenen gezond houdt.85  

stroomschema hoe de consumptie van voedingsvezels tot butyraat leidt
Dit stroomschema laat zien hoe voedingsvezels voor meer butyraat kunnen zorgen.

Nu kun je je afvragen of de consumptie van vezels dan ook een gunstig effect heeft op Alzheimer. Er zijn in het verleden wel onderzoeken gedaan naar het effect van voedingsvezels op het geheugen en voedingsvezels lijken het geheugen van proefpersonen inderdaad te verbeteren. Alleen leden deze proefpersonen van deze onderzoeken niet aan de ziekte van Alzheimer.86 87 88 Toch zijn er ook tal van onderzoeken waaruit blijkt dat ouderen die een gezond en vezelrijk dieet met veel groenten en fruit volgen, een beter geheugen en denkvermogen hebben ten opzichte van ouderen die ongezond eten.89 90 91 92 93 Maar de groenten en fruit in deze gezonde diëten zullen uiteraard ook op een andere manier een beschermende werking hebben op het brein.

Heeft de informatie uit dit artikel je geholpen? Ondersteun dan de auteur met een financiële donatie of door dit artikel te delen op social media. Doneren kan hier.

Samengevat

In de hersenen van de mensen met Alzheimer bevinden zich meer ontstekingsreacties dan in de hersenen van gezonde leeftijdsgenoten. Een teveel aan ontstekingsreacties leidt tot de aantasting van belangrijke hersencellen. De voornaamste oorzaken van deze ontstekingsreacties zijn aderverkalking (de ophoping van plaque in de aderen), ouderdom en een gifstofje die eigenlijk in de darmen thuishoort. Aderverkalking leidt tot zuurstoftekorten in het brein en deze zuurstoftekorten zorgen voor meer schadelijke bèta-amyloïd eiwitten in de hersenen. Een teveel aan deze bèta-amyloïds heeft als gevolg dat het immuunsysteem overactief raakt en hersencellen aantast. Een lekkende darm speelt ook een belangrijke rol in de ziekte van Alzheimer. Een lekkende darm zorgt namelijk dat schadelijke darmbacteriën in de bloedbaan glippen en uiteindelijk schade aanrichten aan de bloed-brein barrière en in de hersenen zelf. Een gezonde bloed-brein barrière voorziet de hersenen van voldoende glucose en ontdoet de hersenen van de schadelijke bèta-amyloïds. Bij een defecte bloed-brein barrière, zoals bij mensen met Alzheimer het geval is, stapelen de bèta-amyloïds zich in de hersenen op. Met fatale ontstekingsreacties als gevolg. Daarnaast leidt een defecte bloed-brein barrière tot een tekort aan glucose in het brein, waardoor hersencellen afsterven. De schadelijke ontstekingsreacties van de ziekte van Alzheimer zijn op verschillende manieren te verminderen. Dit kun je doen door aderverkalking en een lekkende darm aan te pakken. De darmwand en de bloed-brein barrière kun je in ieder geval herstellen met MCT-olie, vitamine D-supplementen en voedingsvezels.


Disclaimer: De auteur van darmrevolutie.nl is geen praktiserend arts. Met deze artikelen probeer ik slechts de resultaten van wetenschappelijke onderzoeken weer te geven. Mensen die klachten ervaren worden geadviseerd hun behandelend arts te raadplegen.

  1. Beel, R.D. & B.V. Zlokovic, 2009: Neurovascular mechanisms and blood-brain barrier disorder in Alzheimer’s disease. Acta Neuropathologica 118, p. 103-113. [PubMed] [Google Scholar]
  2. Tijms, B.M. et al. 2020: Pathophysiological subtypes of Alzheimer’s disease based on cerebrospinal fluid proteomics. Brain 143(12), p. 3776-3792. [PubMed] [Google Scholar]
  3. Davis, D.G., F.A. Schmitt, D.R. Wekstein & W.R. Markesbury, 1999: Alzheimer neuropathologic alterations in aged cognitively normal subjects. Journal of Neuropathology and Experimental Nuerology 58(4), p. 376-388. [PubMed] [Google Scholar]
  4. Kinney, J.W., S.M. Bemiller, A.S. Murtishaw, A.M. Leisgang, A.M. Salazer & B.T. Lamb, 2018: Inflammation as a central mechanism in Alzheimer’s disease. Alzheimer’s & Dementia: Translational Research & Clinical Interventions 4, p. 575-590. [PubMed]
  5. Holmes, C. et al. 2009: Systemic inflammation and disease progression in Alzheime disease. Neurology 73(10). [PubMed] [Google Scholar]
  6. Persson, N. et al. 2014: Regional brain shrinkage over two years: Individual differences and effects of pro-inflammatory genetic polymorphisms. Neurolmage 103, p. 334-348. [PubMed] [Google Scholar]
  7. Kalaria, R.N., 2000: The role of cerebral ischemia in Alzheimer’s disease. Neurobiology of Aging 21(1), p. 321-330. [PubMed] [Google Scholar]
  8. Roher, A.E. et al. 2012: Cerebral blood flow in Alzheimer’s disease. Vascular health and risk management 8(1), p. 596-611. [PubMed] [Google Scholar]
  9. Roher, A.E. et al. 2011: Intracranial atherosclerosis as a contributing factor to Alzheimer’s disease dementia. Alzheimer’s & Dementia 7(4), p. 436-444. [PubMed] [Google Scholar]
  10. Groot, J.C. de, F.E. de Leeuw, M. Oudkerk, J. van Gijn, A. Hofman, J. Jolles & M.M. Bretelaar, 2001: Cerebral white matter lesions and cognitive function: the Rotterdam Scan Study. Annals of Neurology 47(2), p. 145-151. [PubMed] [Google Scholar]
  11. Romero, J.R. et al. 2009: Carotid Artery Atherosclerosis, MRI Indices of Brain Ischemia, Aging, and Cognitive Impairment. The Framingham Study. Stroke 40(5), p. 1590-1596. [PubMed] [Google Scholar]
  12. Pluta, R. et al. 2013: Sporadic Alzheimer’s Disease Begins as Episodes of Brain Ischemia and Ischemically Dysregulated Alzheimer’s Disease Genes. Molecular Neurobiology 48(3), p. 500-515. [PubMed] [Google Scholar]
  13. Jendroska, K. et al. 1995: Ischemic stress induces deposition of amyloid beta immunoreactivity in human brain. Acta Neuropathologica 90, p. 461-466. [PubMed] [Google Scholar]
  14. Jendroska, K., O.M. Hoffmann & S. Patt, 1997: Amyloid Beta Peptide and Precursor Protein (APP) in Mild and Severe Brain Ischemia. Annals of the New York Academy of Sciences 826(1), p. 401-405. [PubMed] [Google Scholar]
  15. Wisniewski, H.M. & D. Maslinska, 1996: Beta-protein immunoreactivity in the human brain after cardiac arrest. Folia Neuropathologica 34(2), p. 65-71. [PubMed] [Google Scholar]
  16. Costanini, E., C. D’Angelo & M. Reale, 2018: The Role of Immunosenescence in Neurodegenerative Diseases. Mediators of Inflammation. [PubMed]
  17. Sanada, F. et al. 2018: Source of Chronic Inflammation in Aging. Frontiers in Cardiovascular Medicine. [PubMed] [Google Scholar]
  18. Zhao, Y., V. Jaber & W.J. Lukiw, 2017: Secretory Products of the Human GI Tract Microbiome and Their Potential Impact on Alzheimer’s Disease (AD): Detection of Lipopolysaccharide (LPS) in AD Hippocampus. Frontiers in Cellular and Infection Microbiology 7: 318. [PubMed] [Google Scholar]
  19. Haan, M.N., 2006: Therapy Insight: type 2 diabetes mellitus and the risk of late-onset Alzheimer’s disease. Nature Clinical Practice Neurology 2, p. 159-166. [PubMed] [Google Scholar]
  20. Huang, S.W., W.T. Wang, L.C. Chou, C.D. Liao, T.H. Liou & H.W. Lin, 2015: Osteoarthritis Increases the Risk of Dementia: A Nationwide Cohort Study in Taiwan. Scientific Report 5: 10145. [PubMed] [Google Scholar]
  21. Lykhmus, O. et al. 2016: Molecular Mechanisms Regulating LPS-Induced Inflammation in the Brain. Frontiers in Molecular Neuroscience. [PubMed] [Google Scholar]
  22. Kitazawa, M., S. Oddo, T.R. Yamasaki, K.N. Green & F.M. LaFerla, 2005: Lipopolysaccharide-Induced Inflammation Exacerbates Tau Pathology by a Cyclin-Dependent Kinase 5-Mediated Pathway in a Transgenic Model of Alzheimer’s Disease. Journal of Neuroscience 25(39), p. 8843-8853.[PubMed] [Google Scholar]
  23. Cattaneo, A. et al. 2017: Association of brain amyloidosis with pro-inflammatory gut bacterial taxa and peripheral inflammation markers in cognitively impaired elderly. Neurobiology of Aging 49, p. 60-68. [PubMed] [Google Scholar]
  24. Liu, P. et al. 2019: Altered microbiomes distinguish Alzheimer’s disease from amnestic mild cognitive impairment and health in a Chinese cohort. Brain, Behavior, and Immunity 80, p. 633-643. [PubMed] [Google Scholar]
  25. Roubaud-Baudron, C., P. Krolak-Salmon, I. Quadrio, F. Mégraud & N. Salles, 2012: Impact of chronic Helicobacter pylori infection on Alzheimer’s disease: preliminary results. Neurobiology of Aging 33(5), p. 1009.e11-1009.e19. [PubMed] [Google Scholar]
  26. Jangula, A. & E.J. Murphy, 2013: Lipopolysaccharide-induced blood brain barrier permeability is enhanced by alpha-synuclein expression. Neuroscience Letters 551, p. 23-27. [PubMed] [Google Scholar]
  27. Banks, W.A. & M.A. Erickson, 2010: The blood-brain barrier and immune function and dysfunction. Neurobiology of Disease 37, p. 26-32. [PubMed] [Google Scholar]
  28. Romanitan M.O., B.O. Popescu, B. Winblad, O.A. Bajenaru, N. Bogdanovic, 2007: Occludin is overexpressed in Alzheimer’s disease and vascular dementia. Journal of Cellurar and Molecular Medicine 11(3), p. 569-579. [PubMed] [Google Scholar]
  29. Zheng, P.P. et al. 2010: GLUT1/SLC2A1 is crucial for the development of the blood-brain barrier in vivo. Annals of Neurology 68(6), p. 835-844. [PubMed] [Google Scholar]
  30. Sweeney, M.D., A.P. Sagare & B.V. Zlokovic, 2018: Blood-brain barrier breakdown in Alzheimer disease and other neurogenerative disorders. Nature Reviews Neurology 14, p. 133-150. [PubMed] [Google Scholar]
  31. Cai, Z., P.F. Qiao, C.Q. Wan, M.. Cai, N.K. Zhou & Q. Li, 2018: Role of Blood-Brain in Alzheimer’s Disease. Journal of Alzheimer’s Disease 63, p. 1223-1234. [PubMed]
  32. Jaeger, L.B. et al. 2009: Lipopolysaccharide alters the blood–brain barrier transport of amyloid b protein: A mechanism for inflammation in the progression of Alzheimer’s disease. Brain, Behavior, and Immunity 23, p. 507-517. [PubMed] [Google Scholar]
  33. Vorbrodt, A.W., D.H. Dobrogowska, P.B. Kozlowski, A. Rabe, M. Tarnawski & M.H. Lee, 2005: Immunogold study of effects of prenatal exposure to lipopolysaccharide and/or valproic acid on the rat blood-brain barrier vessels. Journal of Neurocytology 34, p. 435-446. [PubMed] [Google Scholar]
  34. Maher, F., S.J. Vannucci, I.A. Simpson, 1994: Glucose transporter proteins in brain. The FASEB Journal 8(13), p. 1003-1011. [PubMed] [Google Scholar]
  35. Simpson, I.A., K.R. Chundu, T. Dabvies-Hill, W.G. Honer & P. Davies, 1994: Decreased concentrations of GLUT1 and GLUT3 glucose transporters in the brains of patients with Alzheimer’s disease. Annals of Neurology 35(5), p. 546-551. [PubMed] [Google Scholar]
  36. Craft, S., G. Zallen & L.D. Bakker, 1991: Glucose and memory in mild senile dementia of the alzheimer type. Journal of Clinical and Experimental Neuropsychology 14(2), p. 253-267. [PubMed] [Google Scholar]
  37. Moley, K.H. & M.M. Mueckler, 2000: Glucose transport and apoptosis. Apoptosis 5, p. 99-105. [PubMed] [Google Scholar]
  38. Liu, Y., F. Liu, K. Iqbal, I. Grundke-Iqbal & C.X. Gong, 2008: Decreased glucose transporters correlate to abnormal hyperphosphorylation of tau in Alzheimer disease. FEBS Letters 582(2), p. 359-364. [PubMed] [Google Scholar]
  39. Krikorian, R. et al. 2012: Dietary ketosis enhances memory in mild cognitive impairment. Neurobiology of Aging 33(2), p. 425.e19-425.e27. [PubMed] [Google Scholar]
  40. Morrill, S.J. & K.J. Gibas: Ketogenic diet rescues cognition in ApoE4+ patient with mild Alzheimer’s disease: A case study. Diabetes & Metabolic Syndrome: Clinical Research & Reviews 13(2), p. 1187-1191. [PubMed] [Google Scholar]
  41. Reger, M.A. et al. Effects of beta-hydroxybutyrate on cognition in memory-impaired adults. Neurobiology of Aging 25(3), p. 311-314. [PubMed] [Google Scholar]
  42. Henderson, S.T., J.L. Vogel, L.J. Barr, F. Garvin, J.J Jones & L.C. Constantini, 2009: Study of the ketogenic agent AC-1202 in mild to moderate Alzheimer’s disease: a randomized, double-blind, placebo-controlled, multicenter trial. Nutrition & Metabolism 6: 31. [PubMed] [Google Scholar]
  43. Taylor, M.K. et al. 2018: Feasibility and efficacy data from a ketogenic diet intervention in Alzheimer’s disease. Alzheimer’s & Dementia: Translational Research & Clinical Interventions 4, p. 28-36. [PubMed] [Google Scholar]
  44. Henning, S.J. & F.J.R. Hird, 1972: Ketogenisis from butyrate and acetate by the caecum and the colon of rabbits. Biochemical Journal 130(3), p. 785-790. [PubMed] [Google Scholar]
  45. Versele, R. et al. Ketone Bodies Promote Amyloid-Beta1-40 Clearance in a Human in Vitro Blood-Brain Barrier Model. International Journal of Molecular Sciences 21(3): 934. [PubMed] [Google Scholar]
  46. Soejima, E. et al. Protective effect of 3-hydroxybutyrate against endoplasmic reticulum stress-associated vascular endothelial cell damage induced by low glucose exposure. Plos One. [PubMed] [Google Scholar]
  47. Barnard, N.D., A.E. Bunner & U. Agarwal, 2014: Saturated and trans fats and dementia: a systematic review. Neurobiology of Aging 35(2), p. S65-S73. [PubMed] [Google Scholar]
  48. Wlodarek, D., 2019: Role of Ketogenic Diets in Neurodegenerative Diseases (Alzheimer’s Disease and Parkinson’s Disease). Nutrients 11(1): 169. [PubMed] [Google Scholar]
  49. Razay, G., A. Vreugdenhil & G. Wilcock, 2006: Obesity, Abdominal Obesity and Alzheimer Disease. Dementia and Geriatric Cognitive Disorders 22(2), p. 173-176. [PubMed] [Google Scholar]
  50. O’Neill, B. & P. Raggi, 2020: The ketogenic diet: Pros and cons. Atherosclerosis 292, p. 119-126. [PubMed] [Google Scholar]
  51. Shobab, L.A., G.Y.R. Hsiung & H.H. Feldman, 2005: Cholesterol in Alzheimer’s disease. Neurology 4(12), p. 841-852. [PubMed] [Google Scholar]
  52. Currenti, W. et al. 2020: Association between Time Restricted Feeding and Cognitive Status in Older Italian Adults. Nutrients 13(1): 191. [PubMed] [Google Scholar]
  53. Intlekofer, K.A. & C.W. Cotman, 2013: Exercise counteracts declining hippocampal function in aging and Alzheimer’s disease. Neurobiology of Disease 57, p. 47-55. [PubMed] [Google Scholar]
  54. Chatterjee, P. et al. 2020: Potential of coconut oil and medium chain triglycerides in the prevention and treatment of Alzheimer’s disease. Mechanisms of Ageing and Development 186, 111209.[PubMed] [Google Scholar]
  55. Norgren, J. et al. 2020: Ketosis After Intake of Coconut Oil and Caprylic Acid—With and Without Glucose: A Cross-Over Study in Healthy Older Adults. Frontiers in Nutrition. [PubMed] [Google Scholar]
  56. Raftery, T. et al. 2015: Effects of vitamin D supplementation on intestinal permeability, cathelicidin and disease markers in Crohn’s disease: Results from a randomised double-blind placebo-controlled study. United European Gastroenterology Journal 3(3), p. 294-302. [PubMed] [Google Scholar]
  57. Hajiluian, G., G. Nameni, P. Shahabi, M. Mesgari-Abbasi, S. Sadigh-Eteghad & M.A. Farhangi, 2017: Vitamin D administration, cognitive function, BBB permeability and neuroinflammatory factors in high-fat diet-induced obese rats. International Journal of Obesity 41, p. 639-644. [PubMed] [Google Scholar]
  58. Won, S., I. Sayeed, B.L. Peterson, B. Wali, J.S. Kahn & D.G. Stein, 2015: Vitamin D Prevents Hypoxia/Reoxygenation-Induced Blood-Brain Barrier Disruption via Vitamin D Receptor-Mediated NF-kB Signaling Pathways. Plos One. [PubMed] [Google Scholar]
  59. Durk, M.R. et al. 2014: 1α,25-Dihydroxyvitamin D3 Reduces Cerebral Amyloid-β Accumulation and Improves Cognition in Mouse Models of Alzheimer’s Disease. The Journal of Neuroscience 34(21), p. 7091-7101. [PubMed] [Google Scholar]
  60. Ito, S., S. Othsuki, Y. Nezu, Y. Koitabashi, S. Murata & T. Terasaki, 2011: 1α,25-Dihydroxyvitamin D3 enhances cerebral clearance of human amyloid-β peptide(1-40) from mouse brain across the blood-brain barrier. Fluids and Barriers of the CNS 8: 20. [PubMed] [Google Scholar]
  61. Guo, Y.X., L.H. He, M. Zhang, F. Wang, F. Liu & W.X. Peng, 2016: 1,25-Dihydroxyvitamin D3 regulates expression of LRP1 and RAGE in vitro and in vivo, enhancing Aβ1–40 brain-to-blood efflux and peripheral uptake transport. Neuroscience 322, p. 28-38. [PubMed] [Google Scholar]
  62. Littlejohns, T.J. et al. 2014: Vitamin D and the risk of dementia and Alzheimer disease. Neurology 83(10), p. 920-928. [PubMed] [Google Scholar]
  63. Patel, P. & J. Shah, 2017: Role of Vitamin D in Amyloid clearance via LRP-1 upregulation in Alzheimer’s disease: A potential therapeutic target? Journal of Chemical Neuroanatomy 85, p. 36-42. [PubMed] [Google Scholar]
  64. Jorde, R. et al. 2015: Vitamin D and cognitive function: The Tromsø Study. Journal of the Neurological Sciences 355(1-2), p. 155-161. [PubMed] [Google Scholar]
  65. Koduah, P., F. Paul & J.M. Dörr, 2017: Vitamin D in the prevention, prediction and treatment of neurodegenerative and neuroinflammatory diseases. EPMA Journal 8, p. 313-325. [PubMed] [Google Scholar]
  66. Heaney, R.P., K.M. Davies, T.C. Chen, M.F. Holick, M.J. Barger-Lux, 2003: Human serum 25-hydroxycholecalciferol response to extended oral dosing with cholecalciferol. The American Journal of Clinical Nutrition 77(1), p. 204-210. [PubMed] [Google Scholar]
  67. Holick, M.F., 2010: Vitamin D and Health: Evolution, Biologic Functions, and Recommended Dietary Intakes for Vitamin D. Vitamin D, p. 3-33. [Google Scholar]
  68. Hague, A., A.J. Butt & C. Paraskeva, 1996: The role of butyrate in human colonic epithelial cells: an energy source or inducer of differentiation and apoptosis? Proceedings of the Nutrition Society 55, p. 937-943. [PubMed] [Google Scholar]
  69. Peng, L., Z.R. Li, R.S. Green, I.R. Holzman, J, Lin, 2009: Butyrate Enhances the Intestinal Barrier by Facilitating Tight Junction Assembly via Activation of AMP-Activated Protein Kinase in Caco-2 Cell Monolayers. The Journal of Nutrition 139(9), p. 1619-1625. [PubMed] [Google Scholar]
  70. Ma, X., P.X. Fan, L.S. Li, S.Y. Qiao, G.L. Zhang & D.F. Li, 2012: Butyrate promotes the recovering of intestinal wound healing through its positive effect on the tight junctions. Journal of Animal Science 90(4), p. 266-268. [PubMed] [Google Scholar]
  71. Li, H. et al. 2016: Sodium butyrate exerts neuroprotective effects by restoring the blood-brain barrier in traumatic brain injury mice. Brain Research 1642, p. 70-78. [PubMed] [Google Scholar]
  72. Binosha Fernando, W.M.A.D. et al. 2020: Sodium Butyrate Reduces Brain Amyloid-β Levels and Improves Cognitive Memory Performance in an Alzheimer’s Disease Transgenic Mouse Model at an Early Disease Stage. Journal of Alzheimer’s Disease 74(1), p. 91-99. [PubMed] [Google Scholar]
  73. Bourassa, M.W., I. Alim, S.J. Bultman & R.R. Ratan, 2016: Butyrate, Neuroepigenetics and the Gut Microbiome: Can a High Fiber Diet Improve Brain Health? Neuroscience Letters 625, p. 56-63. [PubMed] [Google Scholar]
  74. Sun. J. et al. 2020: Effect of Clostridium butyricum against Microglia-Mediated Neuroinflammation in Alzheimer’s Disease via Regulating Gut Microbiota and Metabolites Butyrate. Molecular Nutrition & Food Research 64(2). [PubMed] [Google Scholar]
  75. Smolders, J., S.M. Moen, J. Damoiseaux, I. Huitinga & T. Hølmoy, 2011: Vitamin D in the healthy and inflamed central nervous system: access and function. Journal of Neurological Sciences 311(1-2), p. 37-43. [PubMed] [Google Scholar]
  76. Rios-Covian, D., et al. 2015: Enhanced butyrate formation by cross-feeding between Faecalibacterium prausnitzii and Bifidobacterium adoloscentis. FEMS Microbiology Letters 362 (21). [PubMed] [Google Scholar]
  77. Belenguer, A. et al. 2006: Two Routes of Metabolic Cross-Feeding between Bifidobacterium adolescentis and Butyrate-Producing Anaerobes from the Human Gut. Applied and Environmental Microbiology. [PubMed] [Google Scholar]
  78. Vogt, N.M. et al. 2017: Gut microbiome alterations in Alzheimer’s disease. Scientific Reports 7: 13537. [PubMed] [Google Scholar]
  79. Cattaneo, A. et al. 2017: Association of brain amyloidosis with pro-inflammatory gut bacterial taxa and peripheral inflammation markers in cognitively impaired elderly. Neurobiology of Aging 49, p. 60-68. [PubMed] [Google Scholar]
  80. Li, Z., H. Zhu, L. Zhang & C. Qin, 2018: The intestinal microbiome and Alzheimer’s disease: A review. Animal Models and Experimental Medicine 1(3), p. 180-188. [PubMed]
  81. Ishibashi, N., T. Yaeshima & H. Hayasawa, 1997: Bifidobacteria: their significance in human intestinal health. Malaysian Journal of Nutrition 3, p. 149-159. [Google Scholar]
  82. Claesson, M.J. et al. 2011: Composition, variability, and temporal stability of the intestinal microbiota of the elderlt. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 108 (suppl. 1), p. 4586-4591. [PubMed] [Google Scholar]
  83. Xiao, J. et al. 2020: Probiotic Bifidobacterium breve in Improving Cognitive Functions of Older Adults with Suspected Mild Cognitive Impairment: A Randomized, Double-Blind, Placebo-Controlled Trial. Journal of Alzheimer’s Disease 77(1), p. 139-147. [PubMed] [Google Scholar]
  84. Kobayashi, Y., T. Kinoshita, A. Matsumoto, K. Yoshino, I Saito & J.Z. Xiao, 2019: Bifidobacterium Breve A1 Supplementation Improved Cognitive Decline in Older Adults with Mild Cognitive Impairment: An Open-Label, Single-Arm Study. The Journal of Prevention of Alzheimer’s Disease 6, p. 70-75. [PubMed] [Google Scholar]
  85. Bourassa, M.W., I. Alim, S.J. Bultman & R.R. Ratan, 2016: Butyrate, Neuroepigenetics and the Gut Microbiome: Can a High Fiber Diet Improve Brain Health? Neuroscience Letters 625, p. 56-63. [PubMed] [Google Scholar]
  86. Best, T., P. Howe, J. Bryan, J. Buckley & A. Scholey, 2014: Acute effects of a dietary non-starch polysaccharide supplement on cognitive performance in healthy middle-aged adults. Nutritional Neuroscience 18(2), p. 76-86. [PubMed] [Google Scholar]
  87. Best, T., E. Kemps & J. Bryan, 2008: Saccharide Effects on Cognition and Well-Being in Middle-Aged Adults: A Randomized Controlled Trial. Developmental Neuropsychology 35(1), p. 66-80. [PubMed] [Google Scholar]
  88. Smith, A.P., D. Sutherland & P. Hewlett, 2015: An investigation of the Acute Efects of Oligofructose-Enriched Inulin on Subjective Wellbeing, Mood and Cognitive Performance. Nutrients 7(11), p. 8887-8896. [PubMed]
  89. Nurk, E. et al. 2010: Cognitive performance among the elderly in relation to the intake of plant foods. The Hordaland Health Study. British Journal of Nutrition 104(8). [PubMed] [Google Scholar]
  90. Vizuete, A.A., F. Robles, E. Rodríguez-Rodríguez, A.M. López-Sabaler & R.M. Ortega, 2010: Association between food and nutrient intakes and cognitive capacity in a group of institutionalized elderly people. European Journal of Nutrition 49, p. 293-300. [PubMed] [Google Scholar]
  91. Ortega, R.M., A.M. Requejo, P. Andrés, A.M. López-Sobaler, M.E. Quintas, M.R. Redondo, B. Navia & T. Rivas, 1997: Dietary intake and cognitive function in a groep of elderly people. The American Journal of Clinical Nutrition 66(4), p. 803-809. [PubMed] [Google Scholar]
  92. Gu, Y. et al. 2010: Food Combination and Alzheimer Disease Risk. Archives of Neurology 67(6), p. 699-706. [PubMed] [Google Scholar]
  93. Scarmeas, N. et al. 2009: Mediterranean Diet and Mild Cognitive Impairment. Archives of Neurology 66(2), p. 216-225. [PubMed] [Google Scholar]

Ook interessant